De auto is op 11 februari 2020 om baat vervreemd (met machtiging ex art. 117 Sv). De betreffende opbrengst bedroeg € 886,-. Het beslag is daarmee komen te rusten op de verkregen opbrengst (a.b.i. art. 117, vierde lid, Sv).
HR, 10-06-2025, nr. 21/01027 B
ECLI:NL:HR:2025:868
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10-06-2025
- Zaaknummer
21/01027 B
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:868, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑06‑2025; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:547
ECLI:NL:PHR:2025:547, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑05‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:868
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0206
Uitspraak 10‑06‑2025
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto van klager onder zijn zus t.z.v. verdenking van rijden zonder rijbewijs, waarna auto in strafzaak tegen zus bij onherroepelijk vonnis verbeurd is verklaard. Klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv tegen beslissing tot verbeurdverklaring. Kon Rb het klaagschrift n-o verklaren? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Rb overweegt eerst dat klaagschrift dient te worden beoordeeld op grondslag van art. 552b Sv. Vervolgens stelt Rb vast dat het inbeslaggenomen voertuig inmiddels in strafzaak tegen zus van klager onherroepelijk verbeurd is verklaard en dat klager n-o is in zijn verzoek, omdat hij iets vraagt wat niet meer kan worden toegewezen. Dat oordeel is niet begrijpelijk, nu Rb heeft miskend dat het in beklagprocedure van art. 552b Sv juist gaat om beoordeling of klager kan worden aangemerkt als belanghebbende a.b.i. art. 552b.1 Sv en, zo ja, of (mede gelet op art. 33a.2.a Sr) grond bestaat voor herroeping van die verbeurdverklaring. Volgt vernietiging en terugwijzing. Vervolg op: HR:2020:1370.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01027 B
Datum 10 juni 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 24 februari 2021, nummer RK 21/001089, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat R. Schreudering bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Noord-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank ten onrechte het op grond van artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering ingediende klaagschrift niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2025.
Conclusie 20‑05‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Beklag tegen beslag. Klacht ex 552a Sv behandeld als klacht ex 552b Sv. Vervolg op ECLI:NL:HR:2020:1370. Middel gericht tegen niet-ontvankelijkverklaring door rechtbank slaagt wegens miskenning van strekking 552b Sv. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer21/01027 B
Zitting 20 mei 2025
CONCLUSIE
M.E. van Wees
In de zaak
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klager.
Inleiding
1.1
De rechtbank Noord-Nederland heeft bij beschikking van 24 februari 2021 het klaagschrift ex art. 552a Sv van de klager strekkende tot opheffing van het beslag voor de BMW met [kenteken] niet-ontvankelijk verklaard.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en R. Schreudering, advocaat in Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Aanleiding en het procesverloop
2.
2.1
Op 11 april 2019 is de auto van de klager, een BMW met [kenteken] , in beslag genomen omdat de zus van de klager, [betrokkene] , daarin reed zonder geldig rijbewijs.
2.2
Op 17 januari 2020 heeft de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland in de strafzaak tegen de zus van de klager de inbeslaggenomen auto verbeurd verklaard. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit onherroepelijk is.1.
2.3
Op 13 mei 2019 heeft de klager een klaagschrift ex art. 552a Sv ingediend waarin opheffing van het beslag werd verzocht. De rechtbank Noord-Nederland heeft dit klaagschrift op 26 juni 2019 ongegrond verklaard. Tegen deze beschikking is namens de klager cassatieberoep ingesteld.
2.4
De Hoge Raad heeft bij beschikking van 15 september 2020 de beschikking van de rechtbank vernietigd en bepaald dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen.2.De Hoge Raad heeft in de beschikking overwogen dat “[i]n dit geval (…) het vonnis met daarin de verbeurdverklaring van de genoemde personenauto pas in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk [is] geworden. Ook voor die situatie heeft te gelden dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv.”
2.5
De rechtbank Noord-Nederland heeft bij beschikking van 24 februari 2021 het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beschikking is namens de klager cassatieberoep ingesteld.
De beschikking
3. De rechtbank heeft het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaard en daartoe overwogen:
“De rechtbank overweegt dat door de uitspraak van de Hoge Raad in de beklagzaak vast staat dat de rechtbank het klaagschrift bij beschikking van 26 juni 2019 op verkeerde grondslag ongegrond heeft verklaard. Het klaagschrift herleeft daarmee en dient thans te worden beoordeelt op grondslag van artikel 552b Sv.
De rechtbank overweegt dat is gebleken dat het in beslag genomen voertuig inmiddels in de stafzaak tegen [betrokkene] bij onherroepelijk vonnis van 17 januari 2020 verbeurd is verklaard. De rechtbank is van oordeel dat klager niet-ontvankelijk is in zijn verzoek, nu hij iets vraagt wat niet meer kan worden toegewezen.
Gelet hierop zal de rechtbank het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaren.”
Het middel
4.
4.1
Het middel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beklag.
4.2
Art. 552b Sv voorziet in de mogelijkheid dat een belanghebbende, niet zijnde de verdachte of de veroordeelde, zich schriftelijk beklaagt over de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van een hem toekomend voorwerp. Onder 'belanghebbende' in de zin van art. 552b Sv moet worden verstaan degene die stelt dat hij op grond van de wet krachtens eigendom, een beperkt recht of anderszins, dan wel op grond van een overeenkomst aanspraak erop kan maken dat de in dat artikel bedoelde voorwerpen aan hem worden afgegeven.3.Indien het beklag gegrond is, herroept de rechter de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer en geeft een last als bedoeld in art. 353 lid 2, onderdeel a of b, Sv.
4.3
De rechtbank overweegt eerst dat het klaagschrift dient te worden beoordeeld op grondslag van art. 552b Sv. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat het in beslag genomen voertuig inmiddels in de strafzaak tegen de zus van de verdachte onherroepelijk verbeurd is verklaard en dat de klager niet-ontvankelijk is in zijn verzoek, omdat hij iets vraagt wat niet meer kan worden toegewezen. Dat oordeel is niet begrijpelijk. De rechtbank heeft miskend dat het in de beklagprocedure van artikel 552b Sv juist gaat om de beoordeling of de klager of klaagster kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 552b lid 1 Sv en, zo ja, of – mede gelet op artikel 33a lid 2, aanhef en onder a, Sr – grond bestaat voor herroeping van die verbeurdverklaring.4.
4.4
Het middel is terecht voorgesteld.
Afronding
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Noord-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 20‑05‑2025
HR 15 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1370.
HR 12 maart 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0408, rov. 6.3.
Vgl. bijv. HR 21 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:884. Ik merk op dat voor de ontvankelijkheid van het klaagschrift ook niet van belang is of de inbeslaggenomen voorwerpen (ten tijde van het indienen van het klaagschrift) vernietigd zijn. Vgl. in dat verband HR 11 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY2813.