JAR 2014/223
Maakt rechtsvermoeden ex art. 7:610b BW de oproepovereenkomst feitelijk onmogelijk? Arbeidsovereenkomstenrecht. Maakt rechtsvermoeden ex art. 7:610b BW de oproepovereenkomst feitelijk onmogelijk?
Hof Amsterdam 05-08-2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3164
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
5 augustus 2014
- Magistraten
Mrs. W.H.F.M. Cortenraad, D.J. van der Kwaak, E. Verhulp
- Zaaknummer
200.132.019/01
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2014:3164, Uitspraak, Hof Amsterdam, 05‑08‑2014
- Wetingang
Essentie
Partijen sluiten achtereenvolgens oproepcontracten, arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met vaste arbeidsomvang, oproepcontracten en uiteindelijk een oproepcontract voor onbepaalde tijd. Twee maanden later wordt werknemer niet meer opgeroepen en wordt geen loon meer betaald. Werknemer vordert loondoorbetaling overeenkomend met het loon over het gemiddeld aantal gewerkte uren van de laatste drie maanden op grond van het rechtsvermoeden ex art. 7:610b BW. De kantonrechter kent de vordering toe en bepaalt dat de referteperiode één jaar bedraagt. Werkgever gaat in beroep en stelt geen sprake is van onduidelijkheid, nu duidelijk is overeengekomen dat de arbeidsomvang zal fluctueren. Volgens hem maakt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.