Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.2
4.2 De 403-verklaring als een van de voorwaarden voor de vrijstelling
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648760:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De Hoge Raad heeft gesteld dat het deponeren van de 403-verklaring een voorwaarde is voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening: HR 20 maart 2015, NJ 2015/361, JOR 2015/140, r.o. 4.34.1. Dat is niet juist. Het deponeren van de 403-verklaring is evenals het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening een van de voorwaarden om de vrijstelling van artikel 2:403 BW te mogen toepassen.
Van Olffen 2001.
Rb. Groningen, 27 juni 2012, JOR 2012/350, m.nt. S.M. Bartman, r.o. 5.1 t/m 5.4.
Rb. Groningen, 27 juni 2012, JOR 2012/350.
Het afgeven van een 403-verklaring is een van de voorwaarden om de vrijstelling te mogen toepassen.1 De 403-verklaring moet worden gedeponeerd bij het Handelsregister om als 403-verklaring te kunnen kwalificeren. Afgevraagd kan worden wanneer sprake is van een 403-verklaring en wat de consequentie daarvan is. Moet sprake zijn van een afzonderlijk document? Is de formulering doorslaggevend?2
Als voorbeeld van een discussie die zich kan voordoen rondom de vraag of een consoliderende rechtspersoon een 403-verklaring heeft afgegeven of niet, kan een uitspraak van de Rechtbank Groningen worden genoemd.3 Uit deze uitspraak blijkt dat een zinsnede in het jaarverslag van de consoliderende rechtspersoon waarin de consoliderende rechtspersoon aansprakelijkheid aanvaard voor schulden van haar vrijgestelde rechtspersoon, niet kwalificeert als een 403-verklaring. Het standpunt van een schuldeiser dat een zinsnede in een jaarverslag had te gelden als een 403-verklaring, werd niet gevolgd. Uit een zinsnede opgenomen in een document dat niet bedoeld is als een 403-verklaring kan het bestaan van een 403-verklaring niet zonder meer worden afgeleid. De Rechtbank Groningen overwoog in dit kader onder meer:
Men kan de litigieuze zinsnede niet los zien van de context waarin deze is opgenomen: te weten in de toelichting op een balanspost. De aard en functie van de toelichting in een jaarrekening is om informatie te verschaffen over de verschillende balansposten en is niet in de eerste plaats bedoeld voor het in het leven roepen van nieuwe verplichtingen.
Overigens kan een consoliderende rechtspersoon zich wel degelijk aansprakelijkheid op de hals halen door het doen van een verklaring. Daarvoor hoeft uiteraard geen sprake te zijn van een 403-verklaring. Verbintenisrechtelijk heeft de jaarrekeningrechtelijke kwalificatie van een verklaring als 403-verklaring geen (doorslaggevende) betekenis. Ten aanzien van de voornoemde uitspraak van de Rechtbank Groningen merkte Bartman op:4
Anderzijds begeeft een ondernemer zich met dit soort ongespecificeerde statements in de (toelichting bij de) jaarrekening wel op glad ijs. Ik sluit niet uit dat onder bijzondere omstandigheden de rechter zulks aanmerkt als het toerekenbaar wekken van vertrouwen door de consoliderende rechtspersoon ten opzichte van de contractspartijen van haar vrijgestelde rechtspersoon(s), waarvan schending schadeplichtig maakt. Indien dat vertrouwen immers al kan worden gewekt door afgifte van een visitekaartje door een (onbevoegde) werknemer (NJ 1995, 170, Securicor), kan dat zeker ook geschieden door een minder gelukkige passage in de jaarrekening van consoliderende rechtspersoon zelf. Ik vermoed dat de accountant van KHE Group het verdere verloop van deze procedure met aandacht volgt.