Einde inhoudsopgave
Gedragscode Behandeling Letselschade Medische Paragraaf
Onderdeel 5 de medische expertise
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2012
- Redactionele toelichting
De dag van de datum van publicatie is gezet op 01.
- Bronpublicatie:
15-12-2011, Internet 2012, www.deletselschaderaad.nl (uitgifte: 01-05-2012, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2012
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-12-2011, Internet 2012, www.deletselschaderaad.nl (uitgifte: 01-05-2012, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Bijzondere onderwerpen
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Goede praktijken
- a.
Een gezamenlijke medische expertise wordt alleen opgestart (i) als de medisch adviseurs over onvoldoende medische kennis beschikken om de voorliggende problematiek te kunnen beoordelen; (ii) als er onvoldoende (gedetailleerde) medische (onderzoeks)gegevens beschikbaar zijn om de voorliggende problematiek te kunnen beoordelen 1., of (iii) als de medisch adviseurs op bepaalde punten van mening (blijven) verschillen. Het staat partijen te allen tijde vrij om een eenzijdige medische expertise te laten verrichten.
- b.
Partijen besluiten bij voorkeur gezamenlijk tot een medische expertise en overleggen over de te benoemen deskundige, de vraagstelling en de medische informatie die aan de deskundige ter beschikking wordt gesteld.
- c.
De deskundige wordt geïnformeerd over de feiten die aan de zaak ten grondslag liggen. In het geval van een gezamenlijke expertise overleggen partijen over een voor hen beide acceptabele en voor de deskundige voldoende informatieve weergave van de feiten. Indien zij daarbij niet volledig tot overeenstemming kunnen komen, wordt de deskundige geïnformeerd over hetgeen partijen verdeeld houdt.
- d.
Bij een gezamenlijke medische expertise beschikken de medisch adviseurs van beide partijen over dezelfde medische informatie als de deskundige.
- e.
Partijen verzoeken de deskundige bij de uitvoering van zijn onderzoek en het opstellen van zijn expertiserapport de daarvoor bestaande richtlijnen en leidraden in acht te nemen, waaronder de Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage.
- f.
Bij een gezamenlijke expertise is het partijen niet toegestaan om zonder medeweten van de wederpartij (mondeling of schriftelijk) met de deskundige te communiceren.
- g.
Het rapport van de gezamenlijke expertise is beschikbaar voor de medisch adviseurs van beide partijen, de belangenbehartiger van het slachtoffer en de schadebehandelaar van de verzekeraar.
Toelichting
5.1. Medische expertise in beperkt aantal gevallen
Medische expertises zijn over het algemeen tijdrovend, kostbaar en vaak ook belastend voor de benadeelde. Het proportionaliteitsvereiste brengt mee dat medische expertises tot een minimum moeten worden beperkt. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin een medische expertise toch noodzakelijk blijkt. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn als (één van) de medisch adviseurs over onvoldoende medische kennis beschikken of er onvoldoende (gedetailleerde) medische (onderzoeks)gegevens beschikbaar zijn om de voorliggende problematiek te kunnen beoordelen.
Daarnaast kan een medische expertise ook de aangewezen weg zijn om de afwikkeling uit een impasse te halen of verder te brengen. Zoals in § 4.6.2 al aan de orde kwam, bestaat de verwachting dat veel winst kan worden behaald met overleg tussen medisch adviseurs onderling. Een dialoog tussen medisch adviseurs kan leiden tot volledige overeenstemming over alle relevante medische aspecten in een bepaald dossier. Alvorens tot een medische expertise te besluiten, is het dan ook raadzaam om te bezien of direct overleg tussen de medisch adviseurs de zaak verder kan helpen. Als dit niet het geval is zal een medische expertise vaak onvermijdelijk zijn. De medische expertise zal dan echter vaak wel kunnen worden beperkt tot die aspecten waarover (de medisch adviseurs van) partijen het niet eens hebben kunnen worden.
5.2. Medische expertise bij voorkeur op gezamenlijk verzoek
Het verdient de voorkeur om een medische expertise op verzoek van beide partijen te laten plaatsvinden. Een dergelijk gezamenlijke medische expertise heeft nagenoeg dezelfde waarde (en bewijskracht in een eventuele procedure) als een medische expertise in opdracht van de rechter, en is in die zin dus ook aanzienlijker waardevoller dan een eenzijdig tot stand gekomen medische expertise. Er kunnen zich echter altijd situaties en/of redenen voordoen op grond waarvan één van de partijen toch een eenzijdige medische expertise wenst te laten uitvoeren.
Als partijen gezamenlijk tot een medische expertise besluiten, staan zij voor de taak om tot overeenstemming te komen over de persoon van de te benoemen deskundige, de aan deze deskundige voor te leggen vraagstelling en de medische informatie die aan de deskundige zal worden voorgelegd. Met betrekking tot de vraagstelling kan in zaken die zich daarvoor lenen aansluiting worden gezocht bij de IWMD Vraagstelling Causaal verband bij ongeval (IWMD Vraagstelling). De eerste drie onderdelen van deze vraagstelling naar (1) de situatie met ongeval; (2) de situatie zonder ongeval; en (3) eventuele overige aspecten zijn bij dit Onderdeel opgenomen als werkdocument (werkdocument 5). De IWMD Vraagstelling in zijn geheel, alsmede een uitgebreide toelichting op de inhoud, achtergrond en de totstandkoming van deze vraagstelling, is te raadplegen via de website van de Projectgroep Medische deskundigen in de rechtspleging van de Vrije Universiteit Amsterdam. 2. Naast de eerste drie onderdelen, bevat de IWMD Vraagstelling twee optionele vragen naar (4) overige aspecten van de hypothetische situatie zonder ongeval en (5) het genezingsproces en de opstelling van het slachtoffer daarin. Indien daar aanleiding voor bestaat, kunnen ook deze vragen worden opgenomen. Gelet op het optionele (en toch ook wel uitzonderlijke) karakter van deze vragen, is er voor gekozen deze niet ‘standaard’ in het werkdocument op te nemen. Wanneer partijen besluiten (een deel van) de IWMD vraagstelling aan de deskundige voor te leggen, wordt aanbevolen de deskundige te verwijzen naar de digitale versie van de vraagstelling, aangezien deze de nodige uitleg en hyperlinks bevat die behulpzaam kunnen zijn bij het gebruik van de vraagstelling.
5.3. Informatie over de vaststaande feiten en (eventuele) geschilpunten
Een onafhankelijk medisch deskundige die wordt benoemd in een gerechtelijke procedure ontvangt over het algemeen de processtukken. In het geval van een gezamenlijke expertise buiten rechte, is de onafhankelijk medisch deskundige afhankelijk van wat partijen hem aanreiken. Het is van belang dat partijen hier voldoende aandacht aan besteden; een gezamenlijke medische expertise die is gebaseerd op feiten waarover naderhand geen overeenstemming blijkt te (hebben) bestaan, is meestal onbruikbaar voor de verdere afwikkeling. 3. Het is dus belangrijk dat partijen in onderling overleg komen tot een voor hen beiden acceptabele en voor de deskundige voldoende informatieve weergave van de feiten. Het kan echter voorkomen dat partijen van mening verschillen over de feiten die aan de zaak ten grondslag liggen of zouden moeten liggen (denk bijvoorbeeld aan de uitgangspunten voor de vaststelling van de hypothetische (medische) situatie zonder ongeval). Indien en voor zover dit voor de onafhankelijk medisch deskundige relevant is om te weten, informeren partijen de deskundige zo goed mogelijk over hun eventuele uiteenlopende standpunten. Voor een nadere uitwerking van de wederzijdse standpunten, kunnen partijen er voor kiezen de adviezen van hun medisch adviseurs aan de onafhankelijke medische deskundige ter beschikking te stellen.
5.4. Gelijke toegang tot medische informatie
Zoals in § 3.5 van deze Medische Paragraaf al aan de orde kwam, is het uitgangspunt dat de medisch adviseurs van beide partijen toegang hebben tot dezelfde medische informatie. Bij een gezamenlijk deskundigenbericht is goede praktijk dat partijen in overleg vaststellen welke medische informatie er aan de deskundige ter beschikking wordt gesteld. Dit kan alleen wanneer beide medisch adviseur over alle (potentieel) relevante medische informatie beschikken voordat een gezamenlijke expertise wordt opgestart. Indien dit — om welke reden dan ook — niet het geval is, dient alle medische informatie die aan de deskundige wordt verstrekt of door de deskundige wordt opgevraagd, tegelijkertijd aan de medisch adviseurs van beide partijen ter beschikking te worden gesteld. 4.
5.5. Rapporteren conform richtlijnen
Er bestaan diverse richtlijnen en leidraden voor advisering door onafhankelijk (medisch) deskundigen in een juridische context, zoals (i) de Leidraad deskundigen in civiele zaken, die ziet op onafhankelijke deskundigenberichten in opdracht van de rechter, (ii) de Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage, en (iii) de Aanbeveling procedure medisch deskundigenbericht van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging van de VU. Deze documenten bevatten allemaal voorschriften en/of aanbevelingen met betrekking tot de procedure rondom een onafhankelijke (medische) expertises (al dan niet in opdracht van rechter), waaronder ook diverse voorschriften met betrekking tot de procesrechtelijke beginselen van hoor en wederhoor en ‘equality of arms’.
De Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage ziet specifiek op medische expertises, maar heeft tegelijkertijd een breed bereik doordat deze richtlijn zich niet beperkt tot medische expertises in opdracht van de rechter, maar eveneens ziet op buitengerechtelijke expertises in opdracht van beide partijen. Partijen zullen de deskundige daarom verzoeken bij de uitvoering van zijn onderzoek (in ieder geval) de Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage te betrekken.
5.6. Geen eenzijdige communicatie met onafhankelijk medisch deskundige
Bij een gezamenlijke expertise is het partijen niet toegestaan om zonder medeweten van de wederpartij (mondeling of schriftelijk) met de deskundige te communiceren. Partijen sturen de wederpartij derhalve altijd kopie van hun eventuele schriftelijke communicatie met de deskundige en bieden de wederpartij de gelegenheid om bij eventuele mondelinge communicatie met de deskundige — met uitzondering van het onderzoek van de benadeelde — aanwezig te zijn. Deze verplichting tot gelijktijdige communicatie met de deskundige is een uitvloeisel van het beginsel van hoor en wederhoor. Schending van dit beginsel kan de waarde en bewijskracht van de gezamenlijke medische expertise aantasten.
5.7. Expertiserapport beschikbaar voor beide partijen
In § 3.6.2 inzake het onderscheid tussen het medisch advies en aan het medisch advies ten grondslag liggende, originele medische informatie, kwam reeds aan de orde dat het medisch advies expliciet is opgesteld ten behoeve van de schadebehandeling en om die reden beschikbaar moet zijn voor (in ieder geval) de schadebehandelaar van de verzekeraar.
Voor een expertiserapport geldt over het algemeen evenzeer dat het expliciet is opgesteld ten behoeve van de schadeafwikkeling. Op dit punt bestaat een complexe relatie tussen de centrale verantwoordelijkheid van de medisch adviseur met betrekking tot de medische informatie, de jurisprudentie van de Hoge Raad, en het blokkeringsrecht van de benadeelde. In het geval van een eenzijdige medische expertise in opdracht van de medisch adviseur van de verzekeraar geldt onverkort de centrale verantwoordelijkheid van de medisch adviseur met betrekking tot de medische informatie, en is het aan hem om te beoordelen of en zo ja, in welke vorm — geheel of slechts gedeeltelijk — de inhoud van een eenzijdig expertiserapport ter beschikking kan worden gesteld aan de schadebehandelaar van de verzekeraar. Bij een gezamenlijke expertise die op verzoek van beide partijen tot stand is gekomen, ligt dit anders. Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is het blokkeringsrecht van toepassing op onafhankelijke medische expertises in het kader van letselschadezaken, zowel als het gaat om een expertise in opdracht van de rechter als wanneer het gaat om een buitengerechtelijke expertise in opdracht van beide partijen.5. Uit deze uitspraken volgt dat als de benadeelde na de totstandkoming van het medisch deskundigenbericht aangeeft geen beroep op zijn blokkeringsrecht te doen, het expertiserapport niet alleen aan de medisch adviseur maar eveneens aan (de schadebehandelaar van) de verzekeraar ter beschikking mag worden gesteld. Door het blokkeringsrecht niet uit te oefenen geeft de benadeelde hier immers toestemming voor. Dat maakt het ter beschikking stellen van het expertiserapport aan de schadebehandelaar per definitie proportioneel in de zin van § 3.6.4. De centrale verantwoordelijkheid van de medisch adviseur voor de medische gegevens geldt hier wel, maar voor het oordeel dat het rapport niet aan de schadebehandelaar ter beschikking kan worden gesteld bestaat in principe geen ruimte meer.
Dit althans voor wat betreft het expertiserapport als zodanig. Met betrekking tot de daarbij behorende originele medische informatie stelt deze Medische Paragraaf, in het belang van de privacybescherming van de benadeelde, meer beperkingen dan voortvloeien uit de jurisprudentie van de Hoge Raad. Uit de zogenaamde ‘patiëntenkaart-uitspraken’ van de Hoge Raad 6. vloeit voort dat als de benadeelde het expertiserapport niet blokkeert, (de schadebehandelaar van) de verzekeraar niet alleen toegang heeft tot het expertiserapport als zodanig, maar eveneens recht heeft op inzage in alle aan de onafhankelijk medisch deskundige ter beschikking gestelde medische informatie (waaronder ook de medische informatie die hij niet aan zijn deskundigenbericht ten grondslag heeft gelegd). In de regel zal echter bij het gelegenheid bieden tot uitoefening van het blokkeringsrecht aan de benadeelde wel het (concept) expertiserapport, maar niet deze medische informatie ter inzage worden gegeven. Daarom kan de redenering dat de benadeelde, door het blokkeringsrecht niet uit te oefenen, zelf toestemming heeft gegeven voor terbeschikkingstelling aan (de schadebehandelaar) van de verzekeraar, moeilijk worden geacht eveneens voor deze medische informatie te gelden. Om deze reden gelden in het kader van deze Medische Paragraaf ook voor deze situatie de goede praktijken van Onderdeel 3 over het verzamelen van en de omgang met medische informatie. Dit betekent dat ook na totstandkoming van een deskundigenbericht het goede praktijk is om de in § 3.6.4 toegelichte voorwaarden en proportionaliteitscriteria voor het verstrekken van medische informatie toe te passen. Zoals toegelicht in Onderdeel 3, is deze beoordeling de verantwoordelijkheid van de medisch adviseur.
Voor de inhoud van een medisch expertiserapport (zowel eenzijdig als op gezamenlijk verzoek) geldt — evenals voor originele aan het medisch advies ten grondslag liggende medische informatie — dat dit voor niet-medici niet altijd eenvoudig te begrijpen zal zijn. Steeds wanneer dat het geval is verdient het de voorkeur dat het expertiserapport — net als andersoortige medische informatie — door de medisch adviseur wordt voorzien van een voldoende duidelijke toelichting zodat de betekenis en de relevantie van deze informatie voor niet-medici begrijpelijk is en de inhoud van de medische informatie door niet-medici niet onjuist wordt uitgelegd of gebruikt.
Voetnoten
Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als er veel tijd is verstreken na beëindiging van de behandeling en er om die reden behoefte bestaat aan actuele medische (onderzoeks)informatie over de benadeelde.
www.rechten.vu.nl, > onderzoek, > onderzoeksinstituten en -centra, > projectgroep medische deskundigen, > projecten, > IWMD Vraagstelling.
Rechtbank Rotterdam 14 september 2005, JA 2006/16.
Hoge Raad 22 februari 2008, LJN BB3676 en LJN BB5626, RvdW 2008/256 en 2008/261.
Hoge Raad 26 maart 2004, RvdW 2004/54 en Hoge Raad 12 augustus 2005, RvdW 2005/90.
Hoge Raad 22 februari 2008, LJN BB3676 en LJN BB5626, RvdW 2008/256 en 2008/261.