Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/4.7.2.2.4:4.7.2.2.4 De visie van rechters op het bindingsvraagstuk
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/4.7.2.2.4
4.7.2.2.4 De visie van rechters op het bindingsvraagstuk
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS498238:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast een theoretische beschouwing over de vraag hoe de binding aan rechtersregelingen tot stand komt, is het waardevol om aandacht te besteden aan de visie die rechters hierop hebben. Uit de Expert-Interviews met voorzieningenrechters over rechtersregelingen in het algemeen en de Beslagsyllabus in het bijzonder kwam het navolgende beeld naar voren. Bij de vraag naar de beleving van persoonlijke binding stelt men zich niet gebonden te achten. Daar staat tegenover dat rechtersregelingen in beginsel wel worden gevolgd omdat het om een landelijk tot stand gekomen richtlijn gaat. De voorschriften worden gezien als een uitgangspunt, waarvan de rechter moet kunnen afwijken. De hieraan verbonden consequentie van een zwaardere motiveringsplicht wordt algemeen onderschreven. Omdat beslagverloven naar hun aard geen motivering bevatten, is dit echter niet voor de buitenwereld kenbaar. Een vice-president formuleerde dit in het kader van een Expert-Interview als volgt:
‘Je moet voor jezelf goed weten wat je doet als je gaat afwijken. Dit zit meer in het hoofd van de voorzieningenrechter dan dat het op schrift tot uiting komt’.
Het volgen van richtlijnen wordt in belangrijke mate ingegeven doordat rechtszekerheid en rechtseenheid als door de rechter na te streven uitgangspunten worden beschouwd. Rechters zijn bovendien van oordeel dat ook van collega's verwacht mag worden dat deze, uiteraard behoudens de afwijkingsbevoegdheid, een rechtersregeling volgen.
Men is positief over het feit dat in rechtersregelingen ‘een zekere lijn wordt getrokken’: dit geeft duidelijkheid. De voorzitter van de werkgroep beslagrecht Tonkens-Gerkema verwoordde dit in het kader van een Expert-Interview als volgt:
‘Ik heb een grote mate van binding met regelingen die veel voorkomende vragen beantwoorden. Uit zelfbehoud, maar ook uit het oogpunt van legitimatie en de voorspelbaarheid van onze uitspraken’.
Een reden om met name de Beslagsyllabus te raadplegen kan ook zijn dat er snel iets in kan worden opgezocht en het antwoord meestal wel te vinden is. Of een rechtersregeling door de NVvR of door een overleg van sectorvoorzitters is vastgesteld speelt voor rechters geen rol van betekenis. Ook blijkt voor rechters in het kader van het ervaren of erkennen van binding niet mee te spelen of een rechtersregeling al dan niet kan worden beschouwd als een artikel 79 lid 1 onder b regeling.