Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.C.15
IV.C.15. Resume
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS409364:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
ULRICH HAAS en ANDREAS LIEB, Die Angemessenheit der Testamentsvollstrecker-vergutung nach § 2221 BGB, Zerb 2002, 8.
Denk ook aan de Belgische '5%-regel' die wordt losgelaten op de bruto-activa van de nalatenschap, waarover in het fiscale gedeelte meer.
Anders W.D. KOLKMAN, Schulden der nalatenschap (diss. Groningen), Deventer: Klu-wer 2006, p.71 en ASSER-PERRICK 6B, Erfrecht en Schenking, Deventer: Kluwer 2005, nr. 526, p. 119. Het feit dat er discussie is, geeft met name aan dat 'erflater'er goed aan doet om in de uiterste wilsbeschikking een en ander duidelijk te formuleren.
Zie W.D. KOLKMAN, Schulden der nalatenschap (diss. Groningen) Deventer: Kluwer 2006, p.72.
De regeling van het belonen van de executeur moet mijns inziens uitgaan van eenvoud, rechtszekerheid en flexibiliteit.1
Op alle drie de punten slaagt het nieuwe art. 4:144 lid 2 BW met vlag en wimpel. De eenvoudspreekt voor zich, zeker als men de regeling afzet tegen de oude beloningsregel van art. 4:1068. De statische benadering bevordert ten opzichte van de dynamische benadering zonder meer de eenvoud. Rechtszekerheiden eenvoudgaan in de regel ook handin hand. In beginsel is er weinig discussie over de toepassing van de 1%-regel mogelijk, hetgeen de rechtszekerheid ten goede komt, zij het dat ik een kritische kanttekening met betrekking tot het begrip vermogen heb gemaakt. Is het in navolging van de Duitse doctrine een bruto-begrip zonder aftrek van passiva?2 Mijn ant-woordluidt: ja.3
De flexibiliteit is gewaarborgdomdat er sprake is van regelendrecht en erflater derhalve anders kan beschikken, alsmede door het feit dat de rechter op grondvan 'onvoorziene omstandigheden' altijdhet laatste woord heeft. Ook een uitlegprobleem als wat is vermogen kan hierdoor eenvoudig opgelost worden.
Van de 1%-regel als instruktienorm (al dan niet met een ophoging met een forfaitair percentage) zal een grote reflexwerking, bijvoorbeeldin de vorm van een 'bewijsregel', uitgaan voor de oplossing van het vraagstuk:
is er sprake van een vergoedingslegaat en/of liberaliteit, hetgeen fiscaal consequenties met zich kan brengen, van belang is voor 'inkorting', en de vraag wie bij uiterste wil bevoordeeld4 mag worden;
of een gedeelte van het loon van de executeur in mindering mag worden gebracht op de legitimaire massa; en
welk loon de kantonrechter de formele vereffenaar zal toekennen.
De Duitse tabellen kunnen een inspiratiebron voor Nederlandse notarissen zijn en daarmee voor aspirant-erflaters. Denk aan de gedachte om met degressieve percentages te werken. Naarmate de omvang van de nalatenschap toeneemt, wordt de vergoeding kleiner. Een kleine nalatenschap kan verhoudingsgewijs veel rompslomp met zich brengen. Ook is veel te zeggen voor de gedachte om in de uiterste wilsbeschikking met een bovengrens (en ondergrens) te werken. Bij de beroepsmatige executeur zal veelal gewerkt worden met een beloning op basis van'uurloon' onder overlegging van een urenspeci-ficatie.