NJ 1999, 463
Patiënte niet in staat gesteld rechter in te schakelen voor overhandiging persoonlijke en vertrouwelijke medische gegevens door behandelend arts aan sociale voorzieningen sector / 6 lid 1 EVRM niet toepasselijk / 13 EVRM niet geschonden
EHRM 27-08-1997, ECLI:CE:ECHR:1997:0827JUD002002292
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
27 augustus 1997
- Magistraten
Ryssdal, Walsh, De Meyer, Palm, Loizou, Freeland, Baka, Jungwiert, Casadevall
- Zaaknummer
20022/92
- LJN
AD2767
- JCDI
JCDI:ADS66284:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Gezondheidsrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:1997:0827JUD002002292, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 27‑08‑1997
- Wetingang
EVRM art. 6 lid 1; EVRM art. 13
Essentie
Patiënte krijgt, voordat de behandelend arts persoonlijke en vertrouwelijke medische gegevens mededeelt aan een instantie van de sociale voorzieningensector, niet de mogelijkheid om de rechter in te schakelen. Art. 6 lid 1 EVRM niet van toepassing en niet geschonden. Geen schending art. 13 EVRM.
Samenvatting
De zoon van overleden klaagster heeft voldoende belang om voortzetting van het onderzoek van de zaak te rechtvaardigen (§ 29). Omdat de Commissie de klacht onder art. 8 EVRM niet-ontvankelijk heeft verklaard, heeft het Hof niet de bevoegdheid deze klacht in overweging te nemen (§ 30).
Art. 6 lid 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.