AB 2001, 183
Vrijheid van godsdienst; vrijheid van vereniging; Ingrijpen in interne organisatie van moslimgemeenschap in strijd met vrijheid van godsdienst.
EHRM 26-10-2000, ECLI:CE:ECHR:2000:1026JUD003098596, m.nt. M.J. Kanne
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
26 oktober 2000
- Magistraten
Wildhaber, Costa, Pastor Ridruejo, Ferrari Bravo, Bonello, Makarczyk, Kuris, Tulkens, Stráznická, Butkevych, Casadevall, Greve, Baka, Maruste, Levits, Botoucharova, Ugrekhelidze
- Zaaknummer
30985/96
- Noot
M.J. Kanne
- LJN
AN6683
- JCDI
JCDI:ADS61503:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2000:1026JUD003098596, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 26‑10‑2000
- Wetingang
Essentie
Vrijheid van godsdienst; vrijheid van vereniging; Ingrijpen in interne organisatie van moslimgemeenschap in strijd met vrijheid van godsdienst.
Samenvatting
Waar de organisatie van de religieuze gemeenschap in het geding komt moet art. 9 geïnterpreteerd worden in het licht van art. 11, welke het verenigingsleven beschermd tegen ongelegitimeerd overheidsingrijpen. Bezien in dit perspectief behelst het recht op de vrijheid van godsdienst van de gelovige de verwachting dat de gemeenschap vrij van arbitrair overheidsingrijpen kan functioneren. Het autonome bestaan van religieuze gemeenschappen is onmisbaar voor pluralisme in een democratische maatschappij en dus behorend tot de kern van de bescherming die art. 9 biedt. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.