AB 2003, 152
Refah Ⅱ; uitspraak Grote Kamer; vrijheid van vereniging; vrijheid van godsdienst en geweten; scheiding van kerk en staat.
EHRM 13-02-2003, ECLI:CE:ECHR:2003:0213JUD004134098, m.nt. M.J. Kanne (Rafeh Partisi)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
13 februari 2003
- Magistraten
Wildhaber, Rozakis, Costa, Ress, Gaukur Jörundsson, Caflisch, Türmen, Bîrsan, Lorenzen, Butkevych, Vajic, Pellonpää, Tsatsa-Nikolovska, Baka, Maruste, Kovler, Mularoni
- Zaaknummer
41340/98
41342/98
41343/98
41344/98
- Noot
M.J. Kanne
- LJN
AN7452
- Roepnaam
Rafeh Partisi
- JCDI
JCDI:ADS869835:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal publiekrecht / Rechtshandhaving
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2003:0213JUD004134098, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 13‑02‑2003
- Wetingang
Essentie
Refah Ⅱ; uitspraak Grote Kamer; vrijheid van vereniging; vrijheid van godsdienst en geweten; scheiding van kerk en staat.
Samenvatting
Op 31 juli 2001 bepaalde het EHRM (AB 2002, 179, Refah Ⅰ) dat de ontbinding van de Refah partij door het Turkse Constitutionele Hof geen inbreuk opleverde van art. 11 EVRM. Na deze uitspraak hebben voormannen van de politieke partij een verzoek tot verwijzing gedaan op grond van art. 43 EVRM . Het EHRM bijeen in Grote Kamer heeft de procedure in zijn geheel onderzocht. Na dit onderzoek kwam ook de Grote Kamer tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.