NJ 2006, 170
Hoofddoekverbod op Turkse universiteit niet in strijd met art. 9 EVRM (vrijheid van godsdienst). Voldoende gerechtvaardigd door de wens de in Turkije wezenlijke beginselen van secularisme en gelijkheid te waarborgen.
EHRM 10-11-2005, ECLI:CE:ECHR:2005:1110JUD004477498, m.nt. E.A. Alkema (Sahin/Turkije)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
10 november 2005
- Magistraten
L. Wildhaber, C.L. Rozakis, J.-P. Costa, B.M. Zupančič, R. Türmen, F. Tulkens, C. Bîrsan, K. Jungwiert, V. Butkevych, N. Vajić, M. Ugrekhelidze, A. Mularoni, J. Borrego Borrego, E. Fura-Sandström, A. Gyulumyan, E. Myjer, S.E. Jebens
- Zaaknummer
44774/98
- Noot
E.A. Alkema
- LJN
AV1508
- Roepnaam
Sahin/Turkije
- JCDI
JCDI:ADS146673:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2005:1110JUD004477498, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 10‑11‑2005
- Wetingang
Essentie
Hoofddoekverbod op Turkse universiteit niet in strijd met art. 9 EVRM (vrijheid van godsdienst). Voldoende gerechtvaardigd door de wens de in Turkije wezenlijke beginselen van secularisme en gelijkheid te waarborgen.
Het recht op onderwijs (art. 2 Eerste Protocol) is ook van toepassing op instellingen van hoger onderwijs. Het hoofddoekverbod leidt niet tot schending van de essentie van dit recht.
Samenvatting
In 1998 stelde de Universiteit van Istanbul een circulaire op, waarin werd aangegeven dat studenten met bedekt hoofd (d.w.z. met een hoofddoek) of met baarden niet toegelaten werden tot het onderwijs. Zouden studenten toch proberen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.