NJ 2007, 72
Een Turkse rechtbank heeft geoordeeld dat een door de moeder naar Turkije ontvoerd kind, dat door een religieuze rechtbank in Israël was toevertrouwd aan de vader, teruggestuurd moet worden naar Israël.
EHRM 06-12-2005, ECLI:CE:ECHR:2005:1206DEC001460005, m.nt. S.F.M. Wortmann (Carlson)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
6 december 2005
- Magistraten
Mrs. Costa, Baka, Türmen, Jungwiert, Ugrekhelidze, Mularoni, Popović
- Zaaknummer
14600/05
- Noot
S.F.M. Wortmann
- LJN
AV1498
- Roepnaam
Carlson
- JCDI
JCDI:ADS118051:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2005:1206DEC001460005, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 06‑12‑2005
- Wetingang
EVRM art. 6
Essentie
Een Turkse rechtbank heeft geoordeeld dat een door de moeder naar Turkije ontvoerd kind, dat door een religieuze rechtbank in Israël was toevertrouwd aan de vader, teruggestuurd moet worden naar Israël.
De in het kader van de echtscheiding in Israël te voeren procedure in een niet-lidstaat van de Raad van Europa wordt in het kader van het Haags Ontvoeringsverdrag getoetst aan het criterium ‘flagrant denial of justice’. Ondanks gebreken oordeelt het Hof de procedure niet in strijd met art. 6 EVRM.
Partij(en)
Eskinazi en Chelouche,
tegen
Turkije.
Uitspraak
Feiten
Op 20 april 1997 trouwde klaagster, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.