Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 255
EHRM, 10-01-2006, nr. 38227/02
EHRM 10-01-2006, ECLI:CE:ECHR:2006:0110JUD003822702
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
10 januari 2006
- Magistraten
Mrs. Bratza, Casadevall, Bonello, Maruste, Pavlovschi, Garlicki, Borrego Borrego
- Zaaknummer
38227/02
- LJN
AV6039
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2006:0110JUD003822702, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 10‑01‑2006
- Wetingang
EVRM art. 5
Essentie
Harazin tegen Polen.
Schending art. 5 lid 3 EVRM.
Klager blijft gedurende twee jaar en acht maanden in voorlopige hechtenis. Bij de beoordeling van de redelijkheid van deze duur onderzoekt het Hof overeenkomstig vaste rechtspraak de overwegingen die de nationale rechterlijke instanties ten grondslag hebben gelegd aan de verlengingsbeslissingen. In deze zaak kritiseert het Hof in het bijzonder de overweging van de Rechtbank dat het vlucht- en collusiegevaar was vergroot doordat klager slechts gedeeltelijk had bekend. Het Hof overweegt dat een dergelijke redenering aantoont dat de rechtbank het beginsel van de onschuldpresumptie manifest negeert en dat dit in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.