Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 225
EHRM, 30-11-2006, nr. 10807/04
EHRM 30-11-2006, ECLI:CE:ECHR:2006:1130JUD001080704
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
30 november 2006
- Magistraten
Zupančič, Bîrsan, Zagrebelsky, David Thór Björgvinsson, Ziemele, Berro-Lefèvre, Van Dijk
- Zaaknummer
10807/04
- LJN
AZ7791
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2006:1130JUD001080704, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 30‑11‑2006
- Wetingang
EVRM art. 10
Essentie
Veraart t. Nederland.
Schending art. 10
Klager is advocaat van een familie die door hun (klein)dochter en zuster A.K. in een televisieprogramma wordt beschuldigd van incest en babymoord. De beweringen van A.K. zijn gebaseerd op ‘verborgen herinneringen’ die zij met behulp van de alternatieve psychotherapeut K. heeft hervonden. In een radioprogramma betwist klager de deskundigheid van de therapeut; hij stelt onder meer dat het volstrekt onduidelijk is welke opleiding K. heeft genoten (psychotherapeut is geen beschermende titel). De klacht die K. indient bij de Orde van Advocaten wordt door het Hof van Discipline gegrond verklaard. Klager krijgt een waarschuwing, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.