Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/5.3.0
5.3.0 Introductie
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS301007:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Prechal 2001, p. 106; Freudenthal & Van Ooik 2007, p. 71; Snijders 2007, p. 89 e.v.; Snijders 2008, p. 548 (nr. 4) e.v.; Hartkamp 2007a, p. 13; Ancery & Krans 2009, p. 191-192; Hartkamp 2009b, p. 774 (nr. 4); Snijders 2009, p. 1000 e.v., waar laatstgenoemde afstand neemt van zijn eerdere opvatting dat voor de plicht tot ambtshalve toepassing van consumentenrecht een eigen autonome basis lijkt te bestaan in het effectiviteitsbeginsel en aanneemt dat de plicht tot toepassing van dit type recht bestaat in het openbare-orde-gehalte van dat recht. Hartkamp houdt zijn opvatting echter staande, getuige zijn bijdrage in Trema 2010, p. 136 (nr. 2, onder 2), waar hij de plicht tot ambtshalve toepassing van consumentenrecht dat voortvloeit uit een consumentenbeschermende richtlijn grondt op de uitleg die het HvJ EU geeft aan dit type richtlijnen. Overigens verwerpt hij wel de gedachte dat deze plicht zou voortkomen uit het effectiviteitsbeginsel (vgl. nr. 6d).
Ter illustratie kan worden gewezen op: Snijders 2008.
179.
In de literatuur is wel bepleit dat het consumentenrecht binnen het leerstuk van de ambtshalve aanvulling van rechtsgronden van EU-recht op zichzelf zou staan.1 Het wordt door auteurs in ieder geval standaard al losstaand behandeld.2 Uit het vorige hoofdstuk blijkt dat de nationale rechter verplicht is om een omzettingsbepaling van consumentenrecht ambtshalve toe te passen, of daaraan ambtshalve te toetsen. De vraag is echter waarom het HvJ EU de nationale rechter hier rechtstreeks toe verplicht wanneer deze wordt geconfronteerd met consumentenrecht dat is afgeleid van een EU-richtlijn, maar deze rechter in andere gevallen betreffende het EU-recht aanhaakt bij de (on)mogelijkheden van het nationale (proces)recht en pas ingrijpt als de effectieve bescherming van aan het EU-recht te ontlenen rechten in het gedrang komt.
In de hiervoor besproken arresten van het HvJ EU komt een aantal overwegingen bij herhaling voor. Deze zijn (kennelijk) van belang voor elk, onder de besproken richtlijnen ressorterend consumentengeschil. Deze overwegingen kunnen worden samengevat onder de noemer economische en/of sociale achterstand van de consument ten opzichte van zijn wederpartij, hetgeen leidt tot een passieve houding aan de zijde van de consument.