In artikel 19a, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit IB 2001 is geregeld dat tegemoetkomingen op grond van artikel 63a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 65l van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 67i van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 3:75 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en artikel XXXIIID van het Belastingplan 2014 buiten beschouwing blijven bij het bepalen van de aftrek voor uitgaven voor specifieke zorgkosten. Dat betekent dat deze tegemoetkomingen niet in mindering hoeven te worden gebracht op de uitgaven voor specifieke zorgkosten bij het berekenen van het aftrekbedrag.
Voor de jaren 2014 en 2015 was ook geregeld dat tegemoetkomingen als bedoeld in de artikelen 2 en 11a van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten niet in mindering hoefden te worden gebracht op de uitgaven voor specifieke zorgkosten (aant. 12.5).
Parlementaire behandeling
“Artikel 9
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de tegemoetkomingen buiten beschouwing blijven bij de toepassing van de voorgestelde afdeling 6.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 die ziet op de uitgaven voor specifieke zorgkosten. De tegemoetkomingen moeten los gezien worden van de aftrekbare uitgaven voor specifieke zorgkosten. De tegemoetkomingen zijn niet bedoeld als vergoeding van kosten die zonder vergoeding in de fiscaliteit aftrekbaar zouden zijn. Op de uitgaven voor specifieke zorgkosten worden de ontvangen tegemoetkomingen dus niet in mindering gebracht. Dit zal tot uitdrukking worden gebracht in artikel 19a van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.”
“Artikel 10 Onderdeel C (artikel 6.1 van de Wet IB 2001)
In het kader van de voorgestelde invoering van de nieuwe regeling uitgaven voor specifieke zorgkosten wordt in artikel 6.1, tweede lid, van de Wet IB 2001 een nieuw onderdeel d ingevoegd. Dat onderdeel heeft tot doel de nieuw ingevoerde uitgaven voor specifieke zorgkosten aan te merken als een persoonsgebonden aftrekpost.
In artikel 6.1, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet IB 2001 is bepaald dat tot de persoonsgebonden aftrek worden gerekend de op de belastingplichtige drukkende persoonsgebonden aftrekposten. De uitgaven voor specifieke zorgkosten zijn dus alleen aftrekbaar voor zover het op de belastingplichtige drukkende uitgaven betreft. De tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2 en 6 van dit wetsvoorstel, blijven buiten beschouwing bij de toepassing van afdeling 6.5 van de Wet IB 2001. Dit houdt in dat de bedoelde tegemoetkomingen niet in mindering komen op de uitgaven voor specifieke zorgkosten. Dit zal tot uitdrukking worden gebracht in artikel 19a van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.”
Artikel I, onderdeel C, en artikel II, onderdeel A, onder 1 (artikel 19a van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 en artikel 11 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965)
In artikel 19a, eerste lid, onderdeel b, van het UBIB 2001 wordt onder andere verwezen naar artikel 10 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) inzake de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten (ao-tegemoetkoming). Laatstgenoemde bepaling is als gevolg van de wet van 4 juni 2014 tot afschaffing van de algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten, de compensatie voor het verplicht eigen risico, de fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten en wijziging van de grondslag van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten (Stb. 2014, 259) met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2014 vervallen. Voor ao-tegemoetkomingen die betrekking hebben op de jaren tot en met 2013 is met voornoemde wet artikel 11a van de Wtcg ingevoerd. Voor ao-tegemoetkomingen vanaf 1 januari 2014 is met voornoemde wet een grondslag opgenomen in de betreffende materie-wetten, te weten de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheids-verzekering zelfstandigen en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten. De verwijzing in artikel 19a van het UBIB 2001 wordt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2014 hierop aangepast. Hetzelfde geldt – althans voor wat betreft de verwijzing naar de Wtcg – voor artikel 11, eerste lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (UBLB 1965). Omdat in onderdeel c van genoemd artikel reeds in algemene zin uitkeringen inzake de genoemde materie-wetten zijn opgenomen, is het niet nodig in onderdeel e ook een verwijzing op te nemen voor de bepalingen in die wetten die specifiek zien op de ao-tegemoetkomingen.
Toelichting. Besluit 31 mei 2010
“Artikel 9 (artikel 19a van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001)
Uitgaven voor specifieke zorgkosten zijn aftrekbaar voor zover het op de belastingplichtige drukkende uitgaven betreft. Uitgaven waarvoor de belastingplichtige een vergoeding of tegemoetkoming heeft ontvangen of kan ontvangen, zijn derhalve niet aftrekbaar. In artikel 19a van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 zijn enkele tegemoetkomingen opgenomen die buiten beschouwing blijven bij de vaststelling of uitgaven op de belastingplichtige drukken. Deze tegemoetkomingen hoeven dus niet in mindering te worden gebracht op de uitgaven voor specifieke zorgkosten. Ook de tegemoetkomingen die worden verstrekt op basis van het Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten mogen buiten beschouwing blijven bij de vaststelling van de drukkende uitgaven. Daarom wordt in artikel 19a, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 artikel 24 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten toegevoegd; het laatstgenoemde artikel is de grondslag van het Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten.”
Besluit van 31 mei 2010, houdende regels inzake een financiële tegemoetkoming ter zake van uitgaven voor specifieke zorgkosten die in de inkomstenbelasting als gevolg van heffingskortingen niet of niet geheel zijn verzilverd alsmede wijziging van enige andere regelingen (Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten), Stb. 2010, Nr. 261.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Inkomstenbelasting, art. 6.1 Wet IB 2001, aant. 12.4
Aant. 12.4 Tegemoetkomingen voor arbeidsongeschiktheid
Actueel t/m 15-05-2026
15-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/65 en V-N 2026/19.22.
01-01-2001 tot: -
Vakstudie Inkomstenbelasting, art. 6.1 Wet IB 2001, aant. 12.4
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
uitgaven voor specifieke zorgkosten
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.1
Beschouwing
In artikel 19a, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit IB 2001 is geregeld dat tegemoetkomingen op grond van artikel 63a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 65l van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 67i van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 3:75 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en artikel XXXIIID van het Belastingplan 2014 buiten beschouwing blijven bij het bepalen van de aftrek voor uitgaven voor specifieke zorgkosten. Dat betekent dat deze tegemoetkomingen niet in mindering hoeven te worden gebracht op de uitgaven voor specifieke zorgkosten bij het berekenen van het aftrekbedrag.
Voor de jaren 2014 en 2015 was ook geregeld dat tegemoetkomingen als bedoeld in de artikelen 2 en 11a van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten niet in mindering hoefden te worden gebracht op de uitgaven voor specifieke zorgkosten (aant. 12.5).
“Artikel 9
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de tegemoetkomingen buiten beschouwing blijven bij de toepassing van de voorgestelde afdeling 6.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 die ziet op de uitgaven voor specifieke zorgkosten. De tegemoetkomingen moeten los gezien worden van de aftrekbare uitgaven voor specifieke zorgkosten. De tegemoetkomingen zijn niet bedoeld als vergoeding van kosten die zonder vergoeding in de fiscaliteit aftrekbaar zouden zijn. Op de uitgaven voor specifieke zorgkosten worden de ontvangen tegemoetkomingen dus niet in mindering gebracht. Dit zal tot uitdrukking worden gebracht in artikel 19a van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.”
MvT, Kamerstukken II 2008/09, 31 706, nr. 3.
“Artikel 10 Onderdeel C (artikel 6.1 van de Wet IB 2001)
In het kader van de voorgestelde invoering van de nieuwe regeling uitgaven voor specifieke zorgkosten wordt in artikel 6.1, tweede lid, van de Wet IB 2001 een nieuw onderdeel d ingevoegd. Dat onderdeel heeft tot doel de nieuw ingevoerde uitgaven voor specifieke zorgkosten aan te merken als een persoonsgebonden aftrekpost.
In artikel 6.1, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet IB 2001 is bepaald dat tot de persoonsgebonden aftrek worden gerekend de op de belastingplichtige drukkende persoonsgebonden aftrekposten. De uitgaven voor specifieke zorgkosten zijn dus alleen aftrekbaar voor zover het op de belastingplichtige drukkende uitgaven betreft. De tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2 en 6 van dit wetsvoorstel, blijven buiten beschouwing bij de toepassing van afdeling 6.5 van de Wet IB 2001. Dit houdt in dat de bedoelde tegemoetkomingen niet in mindering komen op de uitgaven voor specifieke zorgkosten. Dit zal tot uitdrukking worden gebracht in artikel 19a van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.”
MvT, Kamerstukken II 2008/09, 31 706, nr. 3.
Toelichting. Besluit 4 september 2014
Artikel I, onderdeel C, en artikel II, onderdeel A, onder 1 (artikel 19a van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 en artikel 11 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965)
In artikel 19a, eerste lid, onderdeel b, van het UBIB 2001 wordt onder andere verwezen naar artikel 10 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) inzake de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten (ao-tegemoetkoming). Laatstgenoemde bepaling is als gevolg van de wet van 4 juni 2014 tot afschaffing van de algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten, de compensatie voor het verplicht eigen risico, de fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten en wijziging van de grondslag van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten (Stb. 2014, 259) met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2014 vervallen. Voor ao-tegemoetkomingen die betrekking hebben op de jaren tot en met 2013 is met voornoemde wet artikel 11a van de Wtcg ingevoerd. Voor ao-tegemoetkomingen vanaf 1 januari 2014 is met voornoemde wet een grondslag opgenomen in de betreffende materie-wetten, te weten de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheids-verzekering zelfstandigen en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten. De verwijzing in artikel 19a van het UBIB 2001 wordt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2014 hierop aangepast. Hetzelfde geldt – althans voor wat betreft de verwijzing naar de Wtcg – voor artikel 11, eerste lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (UBLB 1965). Omdat in onderdeel c van genoemd artikel reeds in algemene zin uitkeringen inzake de genoemde materie-wetten zijn opgenomen, is het niet nodig in onderdeel e ook een verwijzing op te nemen voor de bepalingen in die wetten die specifiek zien op de ao-tegemoetkomingen.
Toelichting. Besluit 31 mei 2010
“Artikel 9 (artikel 19a van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001)
Uitgaven voor specifieke zorgkosten zijn aftrekbaar voor zover het op de belastingplichtige drukkende uitgaven betreft. Uitgaven waarvoor de belastingplichtige een vergoeding of tegemoetkoming heeft ontvangen of kan ontvangen, zijn derhalve niet aftrekbaar. In artikel 19a van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 zijn enkele tegemoetkomingen opgenomen die buiten beschouwing blijven bij de vaststelling of uitgaven op de belastingplichtige drukken. Deze tegemoetkomingen hoeven dus niet in mindering te worden gebracht op de uitgaven voor specifieke zorgkosten. Ook de tegemoetkomingen die worden verstrekt op basis van het Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten mogen buiten beschouwing blijven bij de vaststelling van de drukkende uitgaven. Daarom wordt in artikel 19a, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 artikel 24 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten toegevoegd; het laatstgenoemde artikel is de grondslag van het Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten.”
Besluit van 31 mei 2010, houdende regels inzake een financiële tegemoetkoming ter zake van uitgaven voor specifieke zorgkosten die in de inkomstenbelasting als gevolg van heffingskortingen niet of niet geheel zijn verzilverd alsmede wijziging van enige andere regelingen (Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten), Stb. 2010, Nr. 261.