Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/8.2:8.2 Wat zijn subjectieve rechten?
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/8.2
8.2 Wat zijn subjectieve rechten?
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS298006:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
346. De leidende gedachte bij het beantwoorden van de vraag wat subjectieve rechten zijn, is dat ze zijn opgebouwd uit kleinere onderdelen. Ik laat dit zien aan de hand van een subcategorie van subjectieve rechten, de goe derenrechtelijke rechten. Om deze te omschrijven maak ik gebruik van de begrippen ‘schaarse middelen’, ‘rechtsobjecten’, ‘juridische posities’ en ‘sub jectieve rechten’.
347. Het begrip ‘schaarse middelen’ omvat alles van economische waarde waarvan de hoeveelheid niet onbeperkt is en dat nog niet in een juridisch begrip gevangen is (zie randnummer 165). Voor wat de fysieke schaarse middelen betreft, kan worden gedacht aan zand, aarde, water, etc. – de werkelijkheid zoals die zich aan ons voordoet. Voor niet-fysieke schaarse middelen kan worden gedacht aan de prestaties die partijen voor elkaar kunnen verrichten, zoals het verrichten van arbeid.
348. Juridische posities bepalen in welke relatie partijen tot elkaar staan. In hoofdstuk 3 heb ik een overzicht gegeven van de verschillende juridische posities die mogelijk zijn. Ze bepalen wat er in de relatie tussen partijen toegestaan, niet toegestaan, verplicht, mogelijk, onmogelijk of noodzake lijk is. Zo kan een juridische positie erin bestaan dat de ene partij van de andere partij af kan dwingen dat een geldbedrag betaald wordt en dat de andere partij verplicht is het geldbedrag te betalen. Soms is het om juridische posities te omschrijven nodig dat specifieke schaarse middelen worden aan gewezen waarop de relatie betrekking heeft (zie randnummer 98). Zo kun nen juridische posities bijvoorbeeld bepalen dat iemand jegens een ander gebruik mag maken van een bepaald stuk grond en deze ander dit gebruik ten aanzien van deze grond moet dulden.
349. De begrippen ‘schaarse middelen’ en ‘juridische posities’ zouden vol doende zijn om alle vermogensrechtelijke posities van alle partijen weer te geven in een wereld waarin het partijen niets zou kosten om met elkaar transacties aan te gaan. In hoofdstuk 4 beschrijf ik het begrip ‘transactiekosten’ en laat ik zien wat de verdere implicaties ervan zijn. In zo’n fictieve, transactiekostenloze wereld maakt het niet uit hoe lang er wordt onderhandeld over wie er precies op welke manier gebruik mag maken van welke schaarse middelen. Het kost niets om deze afspraken te maken, dus als het nodig zou zijn, zou over elke zandkorrel apart kunnen worden onderhandeld om te bepalen welke juridische posities mensen ten opzichte van elkaar met betrekking tot die zandkorrel innemen. Het is in zo’n wereld ook niet nodig om schaarse middelen verder te definiëren of bij elkaar te voegen (zie randnummer 109-110). Als iemand die van bepaalde schaarse middelen gebruik kan maken graag andere schaarse middelen erbij zou hebben, dan kan hij daar kosteloos een afspraak over maken. De tweede leidende gedachte bij het beantwoorden van de vraag wat subjectieve rechten zijn, is dat het in het echte leven nooit kosteloos is om transacties aan te gaan. Daarom maken we gebruik van twee ‘trucs’ om het maken van afspraken over de juridische posities die mensen innemen ten aanzien van schaarse middelen gemakkelijker te maken.
350. De eerste truc is om schaarse middelen samen te voegen tot één rechts object (zie randnummer 168). Dat doen we door schaarse middelen samen te bundelen waarvan we vinden dat ze bij elkaar horen. Zo worden trap pers, zadel, frame en stuur samen gezien als één fiets. Door schaarse mid delen te combineren in één rechtsobject, kan in één keer over een grote hoeveelheid ervan worden beschikt. Dat voorkomt transactiekosten.
351. Iets soortgelijks gebeurt bij juridische posities: hier is de truc dat deze worden samengevoegd tot één subjectief recht (zie randnummer 169). Zo bestaat het eigendomsrecht van een stuk grond uit juridische posities die de gerechtigde in staat stellen om van zijn grond gebruik te maken ongeacht of anderen het daar mee eens zijn, deze anderen van het gebruik van de grond uit te sluiten, de grond te verkopen, etc. Al deze samenvoegingen maken het eenvoudiger om in één keer over een grote hoeveelheid juridische posities te beschikken. Dat voorkomt wederom transactiekosten.
352. Subjectieve rechten die verwijzen naar een rechtsobject – goederenrechtelijke rechten – bestaan dus uit juridische posities die verwijzen naar een rechtsobject, dat zelf weer uit meerdere schaarse middelen bestaat. De opbouw van zo’n goederenrechtelijk recht verloopt volgens een vast stramien (zie randnummer 215). Eérst wordt bekeken wie welke schaarse middelen heeft die in aanmerking komen om onderdeel uit te maken van een rechtsobject. Vervolgens worden deze schaarse middelen samengevoegd tot een rechtsobject waarop juridische posities betrekking kunnen hebben. Daarna wordt vastgesteld wie welke juridische posities heeft die in aanmerking komen om onderdeel te worden van een subjectief recht. Deze juridische posities worden vervolgens samengevoegd tot een (voorlopig) subjectief recht. De overheid wijst onder bepaalde voorwaarden aan subjectief gerechtigden bijkomende juridische posities toe. Deze juridische posities kunnen ook weer onderdeel worden van het subjectieve recht. Ten slotte kunnen juridische posities eventueel door de overheid worden ver anderd als blijkt dat ze botsen met de juridische posities van anderen. Zo wordt – kort samengevat – een erfpachtrecht op een stuk grond opgebouwd door éérst te kijken uit welke schaarse middelen de grond bestaat, deze samen te bundelen tot het rechtsobject waarop het erfpachtrecht betrek king heeft, de juridische posities van de erfpachter en erfverpachter onderling te regelen, deze samen te voegen tot erfpachtrecht, de overheid te laten bepalen dat de erfpachter anderen van de grond uit mag sluiten en de mogelijkheid om dat te doen ook onderdeel te maken van het erfpachtrecht.
353. Subjectieve rechten die geen rechtsobject hebben – niet-goederenrechtelijke rechten – worden volgens hetzelfde stappenplan opgebouwd, zij het dat de eerste twee stappen (over het vaststellen van een rechtsobject) niet gelden (zie randnummer 176). Zo bestaat de vordering tot betaling van een geldsom uit juridische posities die de gerechtigde heeft afgesproken met zijn schuldenaar (de verplichting om de geldsom te voldoen) en juridische posities die de overheid heeft toebedeeld (de verplichting voor derden om geen inbreuk te maken). Subjectieve rechten zonder rechtsobject kunnen wél zelf het rechtsobject vormen van een ander subjectief recht. Zo kan de vordering tot betaling van een geldsom zelf het rechtsobject zijn van een pandrecht (zie randnummer 176).