Vgl. HR 2 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:179 en HR 6 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:184 (81 lid 1 RO over een in essentie zelfde cassatiemiddel als in de onderhavige zaak) en mijn opmerkingen in de conclusie voorafgaand aan dit laatste arrest (ECLI:NL:PHR:2023:1133).
HR, 17-09-2024, nr. 23/02688 J
ECLI:NL:HR:2024:1163
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17-09-2024
- Zaaknummer
23/02688 J
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Jeugdstrafrecht (V)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:1163, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑09‑2024; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:717
In cassatie op: ECLI:NL:GHSHE:2023:2353
ECLI:NL:PHR:2024:717, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑07‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:1163
- Vindplaatsen
Uitspraak 17‑09‑2024
Inhoudsindicatie
Jeugdzaak. Openlijke geweldpleging tegen aangever door aangever te slaan en te schoppen, na hem in steeg te hebben geduwd, art. 141.1 Sr. Heeft hof verzuimd om aantal dagen gijzeling te bepalen dat is verbonden aan opgelegde schadevergoedingsmaatregel? Art. 36f.5 Sr jo. 6:4:20 Sv. HR: art. 81.1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02688 J
Datum 17 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 juli 2023, nummer 20-002212-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2024.
Conclusie 02‑07‑2024
Inhoudsindicatie
Conclusie plv. AG. Art. 141. Sr. Hof heeft duur van de gijzeling a.b.i. art. 36f.5 Sr niet bepaald. Geen belang (vgl. ECLI:NL:HR:2024:184). Conclusie strekt tot verwerping.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/02688 J
Zitting 2 juli 2024
CONCLUSIE
M.E. van Wees
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de verdachte.
Inleiding
1.1
De verdachte is bij arrest van 12 juli 2023 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen", veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie. Daarnaast heeft het hof een vordering van de benadeelde partij deels toegewezen, deels afgewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard en hiermee verbonden een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
2.1
Het middel bevat de klacht dat het hof heeft verzuimd om de duur van het aantal dagen gijzeling te bepalen dat is verbonden aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
2.2
Daargelaten of de steller van het middel een terecht punt heeft, het is vaste jurisprudentie dat indien de rechterlijke machtiging daartoe ontbreekt, gijzeling niet mogelijk zal zijn. De verdachte heeft aldus geen eigen belang bij de oplegging daarvan.1.
Afronding
3.1
Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.
3.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
3.3
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 02‑07‑2024