RvdW 2025/704:Beklag ex art. 5 lid 4 onder 10 jo. art. 552a Sv door advocaat na beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag, (digitale) stukken en gegevensdragers onder hem n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten t.z.v. verdenking van deelname aan criminele organisatie. 1. Had Rb de zaak moeten verwijzen naar RC, omdat RC inhoudelijke argumenten die door klager aan beroep op verschoningsrecht ten grondslag zijn gelegd niet in zijn beslissing over inbeslagname en verlenen van bevoegdheid tot kennisneming van verschoningsgerechtigd materiaal aan Belgische autoriteiten heeft kunnen betrekken? 2. Kon Rb zich inhoudelijk uitlaten over vraag of t.a.v. inbeslaggenomen goederen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van verschoningsrecht kunnen rechtvaardigen, zonder daarbij kennis te nemen van inhoud van inbeslaggenomen goederen? 3. Motivering ongegrondverklaring van beklag t.a.v. verschillende inbeslaggenomen voorwerpen. Verweren dat inbeslaggenomen goederen niet kunnen worden beschouwd als bewijsmateriaal waarop EOB betrekking heeft dan wel niet kunnen dienen om waarheid aan het licht te brengen. HR: art. 81 lid 1 RO.