Artikel 13bis van de Wet LB 1964 heeft sinds de inwerkingtreding per 1 januari 2006 vele wijzigingen ondergaan. De per 1 januari 2017 in werking getreden wijzigingen zijn daarvan verreweg de meest ingrijpende. In verband hiermee is het commentaar op artikel 13bis in twee tijdvakken verdeeld. In deze aantekening en de volgende aantekeningen wordt ingegaan op de vanaf 1 januari 2017 geldende regelgeving (inclusief de veranderingen per 1 januari 2019, 1 januari 2021, 1 januari 2022, 1 januari 2023, 1 januari 2024, 1 januari 2025 en 1 januari 2026). Voor de regelgeving geldend in de periode 1 januari 2006 tot en met 31 december 2016 is een afzonderlijk tijdvak gecreëerd.
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 13bis van de Wet LB 1964
In aant. 1 wordt achtereenvolgens ingegaan op het ontstaan van artikel 13bis (aant. 1.2), de relevante literatuur (aant. 1.3), het doel en de strekking van de bepaling (aant. 1.4), de context ervan (aant. 1.6), de behandeling van de bijtelling voor privégebruik auto onder belastingverdragen (aant. 1.9), de verenigbaarheid met Europees recht (aant. 1.10), de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur (aant. 1.11), het hardheidsclausulebeleid (aant. 1.14) de budgettaire effecten van de bepaling (aant. 1.19) en diverse parlementaire varia (aant. 1.20).
2. Uitgangspunten: fictief privégebruik en forfaitair voordeel (lid 1)
Zodra de inspecteur erin slaagt aannemelijk te maken dat sprake is van een auto waarover de werknemer de feitelijke beschikkingsmacht heeft, geldt het vermoeden dat die auto ook voor privédoeleinden ter beschikking staat. Het in verband daarmee in aanmerking te nemen loon wordt vanaf 2017 bepaald op ten minste 22% van de waarde van de auto. Voormeld percentage wordt verhoogd naar 35% voor auto’s die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen. Het vermoeden dat de ter beschikking gestelde auto ook voor privédoeleinden ter beschikking staat, houdt stand tenzij de belastingplichtige doet blijken dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 km voor privédoeleinden is aangewend (aant. 2).
3. Korting voor auto's zonder CO2-uitstoot (lid 2)
Afhankelijk van de CO2--uitstoot geldt een lager bijtellingspercentage (aant. 3).
4. Geen bijtelling bij bewijs niet meer dan 500 km privégebruik (lid 3)
De bijtelling wordt gesteld op nihil indien blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. Het doel van de reis bepaalt of de auto op dat moment zakelijk danwel privé wordt gebruikt. Kilometers voor woon-werkverkeer zijn zakelijke kilometers. De term ‘blijkt’ staat voor overtuigend aantonen. Veelal wordt hiertoe bewijs aangedragen via een kilometeradministratie. Daarvoor zijn bij ministeriële regeling nadere regels gegeven. Bewijs mag ook op andere wijzen worden geleverd (aant. 4).
5. Bijdrage voor privégebruik komt in mindering op bijtelling (lid 4)
De bijtelling wordt verminderd met de door de werknemer aan de werkgever verschuldigde eigen bijdrage voor privégebruik (aant. 5).
6. De begrippen auto en waarde (lid 5)
In aant. 6 wordt ingegaan op de voor de autokostenfictie geldende begrippen 'auto' en 'waarde van de auto'. Onder de reikwijdte van artikel 13bis van de Wet LB 1964 vallen alle personenauto’s en bestelauto’s behalve bestelauto’s:
⁃
die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt blijken te zijn voor vervoer van goederen; of
⁃
die buiten de werktijd niet gebruikt kunnen worden; of
⁃
waarvoor een verbod op privégebruik geldt.
7. Tijdsevenredige toerekening aan elk loontijdvak (lid 6)
Het op jaarbasis forfaitair bepaalde bedrag aan loon ter zake van het privégebruik auto wordt tijdsevenredig toegerekend aan de loontijdvakken waarover het voordeel wordt genoten (aant. 7).
8. Verklaring geen privégebruik auto (leden 7-12)
Indien een auto in de zin van artikel 13bis van de Wet LB 1964 op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer privé wordt gebruikt, kan de werknemer dit mededelen aan de inspecteur die dat dan vastlegt in een verklaring géén privégebruik. Voordeel van zo’n verklaring is dat geen loonbijtelling ter zake van de terbeschikkinggestelde auto plaatsvindt, tenzij de werkgever weet dat de door de werknemer gedane mededeling aan de inspecteur niet juist is (aant. 8). Een werknemer kan in bezwaar gaan tegen een negatieve beslissing op zijn verzoek om zo’n verklaring (aant. 9). De inspecteur kan de werknemer vragen bewijs te leveren dat hij voldoet aan de 500-km-grens (aant. 11). In aant. 10 wordt beschreven hoe de verklaring geen privégebruik kan worden ingetrokken en in aant. 12 wat de gevolgen van intrekking zijn. Zie aant. 13 over de delegatiebepaling die de wet op dit punt bevat.
9. Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto (leden 13-17)
Als een bestelauto niet privé wordt gebruikt, kan de werknemer aan de inspecteur een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik afgeven. Voordeel daarvan is dat geen rittenregistratie bijgehouden hoeft te worden (aant. 14). De werknemer is bevoegd de verklaring in te trekken (aant. 15). Vanaf het moment van intrekking geldt weer de gewone tegenbewijsregeling. Indien de verklaring wordt ingetrokken voordat de bestelauto privé gebruikt gaat worden, wordt over de periode voorafgaand aan de intrekking aangenomen dat geen privégebruik heeft plaatsgevonden (aant. 17). In aant. 16 wordt ingegaan op de mogelijkheid van het leveren van tegenbewijs indien de inspecteur privégebruik vermoed op basis van gedane waarnemingen. Zie aant. 18 over de delegatiebepaling die de wet op dit punt bevat.
10. Overgangsregeling bij wijziging van een CO2-uitstootgrens (lid 18)
De milieugerelateerde korting op de bijtelling blijft gedurende 60 maanden na de maand van de Datum Eerste Toelating (DET) van de auto van kracht (aant. 19). Het overgangsrecht brengt mee dat er met ingang van 1 januari 2019 geen auto’s meer zijn met 0% bijtelling.
11. Bijtelling bij verschil tussen datum tenaamstelling en eerste toelating tot de weg (lid 19)
Met name van belang voor auto’s die vanuit het buitenland in Nederland geïmporteerd worden is dat er regels gesteld kunnen worden bij een verschil tussen de datum van tenaamstelling en de eerste toelating tot de weg. Van deze mogelijkheid is nog geen gebruik gemaakt (aant. 20).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 13bis Wet LB 1964, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 20-12-2025
20-12-2025, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/5 en V-N 2025/56.26.14
01-01-2017 tot: -
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 13bis Wet LB 1964, aant. 1.1
Loonbelasting / Loon
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
privégebruik auto
ter beschikking gestelde auto
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 13bis
Beschouwing
Wat vindt u in de Vakstudie?
Artikel 13bis van de Wet LB 1964 heeft sinds de inwerkingtreding per 1 januari 2006 vele wijzigingen ondergaan. De per 1 januari 2017 in werking getreden wijzigingen zijn daarvan verreweg de meest ingrijpende. In verband hiermee is het commentaar op artikel 13bis in twee tijdvakken verdeeld. In deze aantekening en de volgende aantekeningen wordt ingegaan op de vanaf 1 januari 2017 geldende regelgeving (inclusief de veranderingen per 1 januari 2019, 1 januari 2021, 1 januari 2022, 1 januari 2023, 1 januari 2024, 1 januari 2025 en 1 januari 2026). Voor de regelgeving geldend in de periode 1 januari 2006 tot en met 31 december 2016 is een afzonderlijk tijdvak gecreëerd.
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 13bis van de Wet LB 1964
In aant. 1 wordt achtereenvolgens ingegaan op het ontstaan van artikel 13bis (aant. 1.2), de relevante literatuur (aant. 1.3), het doel en de strekking van de bepaling (aant. 1.4), de context ervan (aant. 1.6), de behandeling van de bijtelling voor privégebruik auto onder belastingverdragen (aant. 1.9), de verenigbaarheid met Europees recht (aant. 1.10), de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur (aant. 1.11), het hardheidsclausulebeleid (aant. 1.14) de budgettaire effecten van de bepaling (aant. 1.19) en diverse parlementaire varia (aant. 1.20).
2. Uitgangspunten: fictief privégebruik en forfaitair voordeel (lid 1)
Zodra de inspecteur erin slaagt aannemelijk te maken dat sprake is van een auto waarover de werknemer de feitelijke beschikkingsmacht heeft, geldt het vermoeden dat die auto ook voor privédoeleinden ter beschikking staat. Het in verband daarmee in aanmerking te nemen loon wordt vanaf 2017 bepaald op ten minste 22% van de waarde van de auto. Voormeld percentage wordt verhoogd naar 35% voor auto’s die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen. Het vermoeden dat de ter beschikking gestelde auto ook voor privédoeleinden ter beschikking staat, houdt stand tenzij de belastingplichtige doet blijken dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 km voor privédoeleinden is aangewend (aant. 2).
3. Korting voor auto's zonder CO2-uitstoot (lid 2)
Afhankelijk van de CO2--uitstoot geldt een lager bijtellingspercentage (aant. 3).
4. Geen bijtelling bij bewijs niet meer dan 500 km privégebruik (lid 3)
De bijtelling wordt gesteld op nihil indien blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. Het doel van de reis bepaalt of de auto op dat moment zakelijk danwel privé wordt gebruikt. Kilometers voor woon-werkverkeer zijn zakelijke kilometers. De term ‘blijkt’ staat voor overtuigend aantonen. Veelal wordt hiertoe bewijs aangedragen via een kilometeradministratie. Daarvoor zijn bij ministeriële regeling nadere regels gegeven. Bewijs mag ook op andere wijzen worden geleverd (aant. 4).
5. Bijdrage voor privégebruik komt in mindering op bijtelling (lid 4)
De bijtelling wordt verminderd met de door de werknemer aan de werkgever verschuldigde eigen bijdrage voor privégebruik (aant. 5).
6. De begrippen auto en waarde (lid 5)
In aant. 6 wordt ingegaan op de voor de autokostenfictie geldende begrippen 'auto' en 'waarde van de auto'. Onder de reikwijdte van artikel 13bis van de Wet LB 1964 vallen alle personenauto’s en bestelauto’s behalve bestelauto’s:
die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt blijken te zijn voor vervoer van goederen; of
die buiten de werktijd niet gebruikt kunnen worden; of
waarvoor een verbod op privégebruik geldt.
7. Tijdsevenredige toerekening aan elk loontijdvak (lid 6)
Het op jaarbasis forfaitair bepaalde bedrag aan loon ter zake van het privégebruik auto wordt tijdsevenredig toegerekend aan de loontijdvakken waarover het voordeel wordt genoten (aant. 7).
8. Verklaring geen privégebruik auto (leden 7-12)
Indien een auto in de zin van artikel 13bis van de Wet LB 1964 op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer privé wordt gebruikt, kan de werknemer dit mededelen aan de inspecteur die dat dan vastlegt in een verklaring géén privégebruik. Voordeel van zo’n verklaring is dat geen loonbijtelling ter zake van de terbeschikkinggestelde auto plaatsvindt, tenzij de werkgever weet dat de door de werknemer gedane mededeling aan de inspecteur niet juist is (aant. 8). Een werknemer kan in bezwaar gaan tegen een negatieve beslissing op zijn verzoek om zo’n verklaring (aant. 9). De inspecteur kan de werknemer vragen bewijs te leveren dat hij voldoet aan de 500-km-grens (aant. 11). In aant. 10 wordt beschreven hoe de verklaring geen privégebruik kan worden ingetrokken en in aant. 12 wat de gevolgen van intrekking zijn. Zie aant. 13 over de delegatiebepaling die de wet op dit punt bevat.
9. Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto (leden 13-17)
Als een bestelauto niet privé wordt gebruikt, kan de werknemer aan de inspecteur een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik afgeven. Voordeel daarvan is dat geen rittenregistratie bijgehouden hoeft te worden (aant. 14). De werknemer is bevoegd de verklaring in te trekken (aant. 15). Vanaf het moment van intrekking geldt weer de gewone tegenbewijsregeling. Indien de verklaring wordt ingetrokken voordat de bestelauto privé gebruikt gaat worden, wordt over de periode voorafgaand aan de intrekking aangenomen dat geen privégebruik heeft plaatsgevonden (aant. 17). In aant. 16 wordt ingegaan op de mogelijkheid van het leveren van tegenbewijs indien de inspecteur privégebruik vermoed op basis van gedane waarnemingen. Zie aant. 18 over de delegatiebepaling die de wet op dit punt bevat.
10. Overgangsregeling bij wijziging van een CO2-uitstootgrens (lid 18)
De milieugerelateerde korting op de bijtelling blijft gedurende 60 maanden na de maand van de Datum Eerste Toelating (DET) van de auto van kracht (aant. 19). Het overgangsrecht brengt mee dat er met ingang van 1 januari 2019 geen auto’s meer zijn met 0% bijtelling.
11. Bijtelling bij verschil tussen datum tenaamstelling en eerste toelating tot de weg (lid 19)
Met name van belang voor auto’s die vanuit het buitenland in Nederland geïmporteerd worden is dat er regels gesteld kunnen worden bij een verschil tussen de datum van tenaamstelling en de eerste toelating tot de weg. Van deze mogelijkheid is nog geen gebruik gemaakt (aant. 20).