Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/4.2.1
4.2.1 Tweede Richtlijn
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS396464:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Voorstel van de Commissie van de Europese Economische Unie aan de Raad voor een Tweede Richtlijn inzake de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot de omzetbelastingen, inhoudende de structuur en de toepassingsmodaliteiten van het Gemeenschappelijk systeem van de belasting over de toegevoegde waarde, onderdeel van zittingsdocument 51/1965-1966, blz. 1 e.v.
Art. 4, derde lid, voorstel voor de Tweede Richtlijn.
Toelichting op het voorstel voor een Tweede Richtlijn, onderdeel van zittingsdocument 51/1965-1966, blz. 13.
Een vorm van vestiging van de ondernemer wordt voor het eerst genoemd in het voorstel voor de Tweede Richtlijn.1 De Tweede Richtlijn zelf noemt de vestigingsplaats van de ondernemer echter niet. In tegenstelling tot de Zesde Richtlijn schrijft de Tweede Richtlijn in art. 6, derde lid slechts voor een aantal diensten, genoemd in bijlage B, een regeling voor de plaats van dienst voor. Voor andere diensten mogen lidstaten hun eigen regeling hanteren. Voor diensten genoemd in bijlage B geldt dat heffing plaatsvindt in het land waar de bewezen dienst, het afgestane of verleende recht of het verhuurde voorwerp wordt gebezigd of ten nutte wordt gemaakt.2 Het was de bedoeling dat de Raad voor 1 januari 1970 voor bepaalde diensten waarvoor dit nodig bleek te zijn bijzondere bepalingen zou vaststellen. Totdat dit zou zijn gebeurd, was het lidstaten toegestaan om van art. 6, derde lid, Tweede Richtlijn af te wijken, mits de nodige maatregelen worden getroffen om dubbele belastingheffing of het niet heffen van belasting te voorkomen, bijlage A, nr. 11, Tweede Richtlijn.
Voor diensten van makelaars, expediteurs, agenten en andere tussenpersonen en reclamediensten kende het voorstel voor de Tweede Richtlijn een regeling die afwijkt van de hoofdregel, plaats waar de dienst wordt gebezigd of ten nutte gemaakt. Eerstgenoemde diensten zijn belast in het land waar de tussenpersoon zijn prestatie geheel of hoofdzakelijk verricht. Reclamediensten worden belast in het land waar de inrichting is gelegen voor rekening waarvan de dienst is opgedragen. De regeling voor reclamediensten valt volgens de toelichting op het voorstel vaak samen met de normale regeling voor de plaats van dienst.3 In het voorstel wordt tevens voorzien in een tweetal regelingen die het lidstaten mogelijk maken om de heffing van btw te verzekeren. Lidstaten kunnen op basis van de eerste regeling bepalen dat heffing plaatsvindt in het land waar de inrichting die de dienst verricht zich bevindt, zolang deze niet aantoont dat btw-heffing over de dienst in een ander land heeft plaatsgevonden.4 Op basis van de tweede regeling kunnen lidstaten bepalen dat de genieter van de dienst hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de betaling van de verschuldigde belasting indien de dienst wordt belast in een andere lidstaat dan die waar zich de inrichting bevindt die de prestatie verricht.
Uit de regelingen uit het voorstel voor de Tweede Richtlijn die de heffing van btw moeten verzekeren, blijkt dat men ervan uitgaat dat een dienst altijd wordt verricht vanuit een inrichting. Of men destijds uitging van verscheidene inrichtingen van één ondernemer is niet duidelijk. De regeling zoals die geldt voor reclamediensten in het voorstel kan zo worden gelezen dat hiermee slechts wordt aangegeven dat in afwijking van de normale regeling voor de plaats van dienst bij reclamediensten wordt aangesloten bij de plaats waar de afnemer is gevestigd. Er zou ook uit kunnen volgen dat bij verscheidene inrichtingen van een ondernemer heffing moet plaatsvinden in het land waar de inrichting is gevestigd die opdracht heeft gegeven tot het verrichten van de dienst.