Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/2.2.1
2.2.1 Normatief theoretisch onderzoek
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708389:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor een duidelijk overzicht, zie Finch & Milman 2017, p. 28-41.
Het is de vraag of rechtswetenschappelijk onderzoek louter descriptief kan zijn. Gesteld wordt dat een beschrijving van geldend recht interpretatie vereist en dat interpretatie van het recht altijd normatieve elementen kent. Zie bijvoorbeeld Dworkin 1986, p. 87-90 en Smith, R&R 2009, afl. 3, p. 202-225. Wat hier ook van zij, voor categorisering van vormen van onderzoek kan het onderscheid nuttig zijn. Descriptief onderzoek is dan wat het recht (in ieder geval naar de mening van de onderzoeker) is, normatief onderzoek wat het recht behoort te zijn.
Korobkin, Iowa L. Rev. (vol. 82) 1996, afl. 1. Wat door mij descriptief onderzoek wordt genoemd, noemt Korobkin ‘observational work’. Korobkin geeft een overzicht van de verschillende vormen van onderzoek en gaat in op de toegevoegde waarde en beperkingen van de verschillende onderzoeksmethoden.
In de loop der tijd zijn in de literatuur verschillende visies ontwikkeld over het doel van het faillissement, eisen waaraan faillissementswetgeving moet voldoen en belangen die behartigd moeten worden in het faillissementsrecht.1 Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen descriptief en normatief onderzoek.2 Bij descriptief onderzoek worden het doel en de modaliteiten van faillissementswetgeving vastgesteld op basis van de wetsgeschiedenis, het systeem van de wet en de invulling die aan de wet wordt gegeven in de jurisprudentie en literatuur.
Bij normatief onderzoek wordt onderzocht op welke wijze faillissementswetgeving ingericht zou moeten zijn. De daarbij te ontwikkelen doelen kunnen getoetst worden aan de huidige doelen binnen het wettelijke stelsel. Normatief onderzoek kan op zijn beurt onderscheiden worden in niet-theoretisch en theoretisch onderzoek. In niet-theoretisch normatief onderzoek wordt op basis van bepaalde waarden beargumenteerd welk doel of welke doelen het faillissementsrecht moet nastreven. Normatief theoretisch onderzoek probeert op basis van de onderscheidende kenmerken van het faillissement en het identificeren van maatschappelijke normen en waarden een systeem te formuleren op basis waarvan faillissementswetgeving ingericht moet worden.3 Een toegevoegde waarde van normatief theoretisch onderzoek is dat geldend recht vanuit een vooraf vastgesteld theoretisch kader van een afstand beoordeeld kan worden. Met een normatieve theorie kunnen de grondslagen van het Nederlandse faillissementsrecht beoordeeld en indien nodig gecorrigeerd worden. In het vervolg van deze paragraaf worden twee normatieve theorieën behandeld: de creditors’ bargain theorie en de value-based approach.