Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/12.6.3:12.6.3 Mandeligheid
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/12.6.3
12.6.3 Mandeligheid
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS483590:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Ontwerp-Meijers was nadrukkelijk bepaald dat de mandelige zaak in eigendom zou moeten toebehoren aan de eigenaren van twee of meer ‘naburige’ erven. In het Regeringsontwerp was het naburigheidsvereiste reeds geschrapt.1 De motivering – die in de memorie van toelichting wordt verstrekt – is summier: aan dit vereiste zou – evenals bij erfdienstbaarheden – geen behoefte bestaan naast de vereiste bestemming tot gemeenschappelijk nut.2
Overigens was Gerver van mening dat het naburigheidsvereiste gehandhaafd moest blijven.3
De praktijk leert dat de mandelige zaken en de erven vaak naburig zijn. Ik acht het evenwel niet noodzakelijk om het naburigheidsvereiste in de wet op te nemen. Het is en blijft een vage norm. Het zou de verruiming van de mogelijkheden, nu het nutsvereiste zo summier is, weer danig beperken.