RFR 2017/79
Gezag. Wanneer is de afwijzing van een verzoek om vervangende toestemming voor verhuizing voldoende gemotiveerd?
HR 24-03-2017, ECLI:NL:HR:2017:487
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 maart 2017
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek
- Zaaknummer
16/02658
- Conclusie
A-G mr. J.B.M.M. Wuisman
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS926513:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:487, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑03‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:74, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 27‑01‑2017
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑05‑2016
- Wetingang
Art. 1:253a BW
Essentie
Gezag. Vervangende toestemming.
Wanneer is de afwijzing van een verzoek om vervangende toestemming voor verhuizing voldoende gemotiveerd?
Samenvatting
Uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk van de ouders is een zoon geboren, over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen. Het kind woont bij de moeder, die met hem naar Duitsland wil verhuizen om zich bij haar nieuwe partner te voegen. De moeder heeft de rechtbank op de voet van art. 1:253a BW onder meer verzocht te bepalen dat het haar is toegestaan met de zoon te verhuizen naar Duitsland. Ten tijde van het indienen van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.