V-N 2025/15.12
Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over toepasbaarheid subjectgebonden voorwaarden BTW-vrijstellingsbepaling bij een fiscale eenheid
HR 28-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:472, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 maart 2025
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Fierstra, Faase, Cools
- Zaaknummer
22/00711
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD2846:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Vrijstelling
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:472, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2023:388, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑03‑2023
- Wetingang
art. 132 lid 1-b en 132 lid 1-g Richtlijn 2006/112/EG; art. 7 lid 1 Uitv.besl. OB 1968; art. 11 lid 1-c en 11 lid 1-f Wet OB 1968
Essentie
De Hoge Raad twijfelt over de toepasbaarheid van subjectgebonden voorwaarden van een BTW-vrijstellingsbepaling bij een BTW-groep. De Hoge Raad besluit dan ook tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU.
Samenvatting
Stichting A en B BV maken onderdeel uit van belanghebbende, fiscale eenheid X (FE X). Zij verrichten prestaties op het gebied van de zorg. A houdt zich bezig met het verzorgen en verplegen van personen met een verstandelijke beperking, waarvoor zij is erkend als ‘medische inrichting’ en als ‘instelling van sociale aard’. B BV verricht 24-uursdiensten die door zorginstellingen worden afgenomen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.