Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/26
26 Tenuitvoerlegging beslissingen
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS502733:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ik concentreer mij hier op het executiegeschil bij de voorzieningenrechter en laat de mogelijkheid die het Nederlandse procesrecht biedt in art. 351 Rv (incidenteel verzoek tot schorsing hangende appel) onbesproken. Zie over de overeenkomsten en verschillen tussen beide T.F.E. Tjong Tjin Tai, ‘Executiegeschil en incidenteel verzoek tot schorsing’, TCR 2009, p. 1-7.
Vgl. HR 30 oktober 1992, NJ 1993/4 en HR 5 november 1993, NJ 1994/154 m.nt. PAS, r.o. 3.3.
Zie hierover de noot van Heemskerk onder het hierna te noemen arrest HR 22 april 1983, NJ 1984/ 145.
HR 22 april 1983, NJ 1984/125 m.nt. WHH, r.o. 3.3 (Ritzen/Hoekstra). Zie hierover T.F.E. Tjong Tjin Tai, ‘Executiegeschil en incidenteel verzoek tot schorsing’, TCR 2009, p. 2.
Een gewezen vonnis kan als het uitvoerbaar bij voorraad is verklaard of in kracht van gewijsde is gegaan (en overigens na betekening) ten uitvoer worden gelegd. Het staat de partij tegen wie de tenuitvoerlegging zich richt vrij om in dat geval een executiegeschil aanhangig te maken (art. 438 Rv.). De voorzieningenrechter kan in een executiegeschil staking van de tenuitvoerlegging bevelen op de grond dat de executant misbruik van zijn executiebevoegdheid maakt.1 Daarbij is het beroep op misbruik van executiebevoegdheid niet beperkt tot vonnissen die nog niet in kracht van gewijsde zijn gegaan. Ook de bevoegdheid om een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak ten uitvoer te leggen kan worden misbruikt.2 De marges om misbruik in dit verband aan te nemen zijn buitengewoon smal. Twee samenhangende omstandigheden spelen daarbij een rol. In de eerste plaats geldt het dogmatische bezwaar dat een executiegeschil tot schorsing van de tenuitvoerlegging zich moeizaam verdraagt met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. In de tweede plaats moet het executiegeschil voor de veroordeelde een laatste strohalm zijn; het mag in geen geval tot een ‘verkapt appel’ leiden.3
De Hoge Raad heeft in een standaardarrest uit 1983 aangegeven in welke gevallen sprake is van misbruik van executiebevoegdheid en wel van dien aard dat schorsing van de tenuitvoerlegging gerechtvaardigd is. De directe aanleiding vormde een zaak waarin een kort geding aanhangig was gemaakt om de staking van een ontruimingsvonnis te bewerkstelligen. De Hoge Raad heeft overwogen:
‘de rechter (kan) slechts de staking van de tenuitvoerlegging van dat vonnis bevelen indien hij van oordeel is dat de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de ontruiming zullen worden getroffen, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid om in afwachting van de uitslag van het hoger beroep tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de ontruiming op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.’4