Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.2.3.4:12.2.3.4 De grens tussen nevenrechten en kwalitatieve rechten en zelfstandige vermogensrechten
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.2.3.4
12.2.3.4 De grens tussen nevenrechten en kwalitatieve rechten en zelfstandige vermogensrechten
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS589507:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De eis dat de hoofdvordering bestaat, is niet strikt. De vordering kan inmiddels ook teniet zijn gegaan of nog niet bestaan, vgl. art. 7:851 BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
7 47. Tussen de bij de vordering behorende nevenrechten en kwalitatieve rechten enerzijds en de zelfstandige vermogensrechten die niet van rechtswege met de vordering overgaan, kan meestal een duidelijk onderscheid worden gemaakt.
Gaat het bijvoorbeeld om schadevergoedingsvorderingen, dan volgt zowel uit de regeling van nevenrechten, als uit de regeling van kwalitatieve rechten, dat deze vorderingen niet van rechtswege op de stille cessionaris overgaan. De schadevergoedingsvordering is geen nevenrecht, omdat het een zelfstandig, overdraagbaar vermogensrecht is, terwijl nevenrechten onlosmakelijk met de vordering zijn verbonden. De schadevergoedingsvordering is evenmin een kwalitatief recht, omdat de stille cedent daar naar de aard van de vordering een belang houdt bij de vordering. De schadevergoedingsvordering kan steeds bestaan zonder de hoofdvordering. De vorderingen uit borgtocht, koop en verzekering die op de stille cessionaris overgaan, daarentegen, kunnen naar hun aard in beginsel niet bestaan zonder de hoofdvordering.1
Ook voor de andere vermogensrechten die niet als nevenrechten of kwalitatieve rechten worden aangemerkt, geldt dat zij kunnen bestaan zonder de hoofdvordering. Het eigendomsrecht op een zaak ten aanzien waarvan de eigendom is voorbehouden, kan ook bestaan zonder de hoofdvordering. Bestaat de hoofdvordering niet (meer), dan komt weliswaar in de regel het eigendomsvoorbehoud te vervallen (de opschortende voorwaarde gaat in vervulling),2 maar het vermogensrecht als zodanig - het eigendomsrecht - blijft zonder de hoofdvordering bestaan. Hetzelfde geldt voor de vordering jegens de hoofdelijk schuldenaar, zoals een 403-vordering jegens de moederschappij. Deze vordering kan ook blijven bestaan zonder de hoofdvordering. Vervalt de 'hoofdvordering' jegens de ene hoofdelijke schuldenaar, dan is niet Ianger sprake van hoofdelijkheid, maar blijft de vordering jegens de andere hoofdelijke schuldenaar wei bestaan.
Voor de (nog niet ingeroepen) bankgarantie geldt het voorgaande niet. Komt de hoofdvordering waarvoor de bankgarantie is ingeroepen, te vervallen, dan heeft de rechthebbende van de bankgarantie daarbij geen belang meer en kan hij deze niet meer inroepen. Ondanks dat wordt vanwege het persoonlijke karakter van de bankgarantie aangenomen dat deze niet als nevenrecht overgaat, tenzij de garantor daaraan bij voorbaat zijn toestemming heeft verleend. De bankgarantie neemt om die reden een bijzondere (tussen)positie in. Aangenomen dient te worden dat bij het vervallen van de hoofdvordering op de beneficiary de verbintenisrechtelijke verplichting rust om afstand te doen van de bankgarantie.