Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/4.5.1
4.5.1 Conversie op grond van een conversieregeling en minderheidsbescherming
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS366991:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld ook Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/267 en Prinsen 2004, p. 140. Voor een toetredende aandeelhouder is overigens ook van belang te weten of er converteerbare leningen uitstaan. Ten aanzien van een besluit tot intrekking van aandelen heeft de Hoge Raad in HR 30 juni 2006, JOR 2006/206, m.nt. M. Brink (Unilever/Mellon) bepaald dat wanneer de statuten vóór uitgifte van aandelen een bepaling over de intrekking bevatten, deze bepaling onderdeel is gaan uitmaken van de rechtsverhouding tussen vennootschap en aandeelhouders. Wanneer aan deze bepaling uitvoering wordt gegeven, is geen sprake van afbreuk aan rechten (artikel 2:99 lid 5 BW). De aandeelhouders konden er immers rekening mee houden dat hun aandelen te zijner tijd konden worden ingetrokken. Zie ook De Jongh 2006.
Zie ook Bosse 2014, Portengen & Groot 2004 en Timmermans 2003.
De vraag rijst hoe een statutaire conversieregeling zich verhoudt tot de wettelijke regelingen van minderheidsbescherming. Zoals betoogd kan een conversiemechanisme gezien worden als een voorwaardelijke statutenwijzing, op grond waarvan aandelen van een bepaalde soort (of aanduiding) kunnen worden omgezet in aandelen van een andere soort (of aanduiding) zonder dat daarvoor het passeren van een akte van statutenwijziging nodig is. Wie aandeelhouder wordt van een vennootschap waarvan de statuten voorzien in de mogelijkheid tot conversie aanvaardt, door aandelen in die vennootschap te verwerven, willens en wetens de mogelijkheid dat er wijziging in de aan zijn aandelen verbonden rechten en verplichtingen kan plaatsvinden door toepassing van de in de statuten opgenomen conversieregeling.1 Statutenwijzing is voor de conversie niet nodig en daarmee zijn ook alle regelingen omtrent minderheidsbescherming ten aanzien van statutenwijziging niet van toepassing. Dit is naar ik meen ook in overeenstemming met de wettelijke systematiek zoals deze bijvoorbeeld ten aanzien van kapitaalvermindering (2:99/208 lid 2 BW) is verwoord: als in de statuten ten aanzien van aandelen van een bepaalde soort (of aanduiding) is bepaald dat zij kunnen worden ingetrokken met terugbetaling, dan kunnen deze worden ingetrokken. Kortom, als in de statuten is vermeld dat rechten die aan bepaalde aandelen zijn verbonden kunnen wijzigen, dan weet een verkrijger van aandelen, althans mag hij geacht worden te kunnen weten, dat dit het geval kan zijn. Niet valt echter uit te sluiten dat ook een conversie op grond van een statutaire conversieregeling onder omstandigheden tot onaanvaardbare resultaten kan leiden. Ik denk dan aan gevallen waarin conversie tot verschuivingen van rechten of verplichtingen leidt in een omvang die onvoorzienbaar was. De redelijkheid en billijkheid kunnen onder omstandigheden grenzen aan de statutair geschapen conversiemogelijkheden stellen, maar ik zou de matigende werking daarvan niet snel willen veronderstellen.2
Een voorbeeld. Een vennootschap kent twee soorten aandelen met gelijke nominale waarde, gewone (aandelen G1 en G2) en cumulatief preferente aandelen (aandelen P), welke laatste uitsluitend een cumulatief recht geven op periodieke uitkeringen (ieder kwartaal), ongeacht de vermogenspositie van de vennootschap, echter met inachtneming van de door de wet voorgeschreven goedkeuring van het bestuur ingevolge artikel 2:216 lid 2 BW. De vennootschap kent geen wettelijke of statutaire reserves en de statuten bevatten een conversieregeling welke inhoudt dat een houder van aandelen G1 op ieder moment zijn aandelen in aandelen P kan doen omzetten. De onderneming die ooit zo veelbelovend begon en een enorm potentieel leek te hebben blijkt toch een stuk minder veelbelovend, althans op de aanvankelijk voorziene korte termijn. De enige houder van G1 aandelen, een private equity investeerder, die met zijn G1 aandelen een groot deel van het kapitaal heeft verschaft, besluit zijn aandelen te converteren in aandelen P. De houders van G2 aandelen, sleutelwerknemers van de vennootschap, zien dit met lede ogen aan omdat op deze wijze dusdanige uitkeringen aan de houder van de aandelen P dienen te geschieden dat de financiering van onderzoek die de kansen van de vennootschap alsnog kunnen laten keren niet langer mogelijk zal zijn. Is de conversie door de private equity investeerder van aandelen G1 in aandelen P hier in strijd met de redelijkheid en billijkheid? Dat lijkt me niet het geval. De houders van aandelen G1 en G2 hebben in deze opzet een overeenkomstig belang bij het welslagen van de vennootschap. De houder van de aandelen G1 heeft zich met de statutaire conversieregeling echter een alternatief bedongen. De houders van aandelen G2 kenden deze mogelijkheid maar dat heeft hen niet weerhouden in het kapitaal deel te nemen. Dit zou mogelijk anders zijn als de houder van aandelen G1 zijn participatie in de vennootschap wil beëindigen maar er toch nog zo veel als mogelijk wil uithalen omdat hij in een andere vennootschap wil deelnemen die een concurrent is van de vennootschap en waarin hij voor een groter belang kan deelnemen dan in de vennootschap. De houder van de aandelen G1 heeft er belang bij dat de vennootschap niet succesvol zal zijn omdat hij nu inzet op de andere vennootschap en het onttrekken van gelden aan de vennootschap zal de kansen van de andere vennootschap doen toenemen. Ik denk dat in dat geval de conversie in strijd met de redelijkheid en billijkheid en mogelijk zelfs onrechtmatig zou kunnen zijn. Niet zozeer omdat G1 zijn kapitaaldeelname effectief door de uitkeringen op preferente aandelen wil verminderen, hetgeen nu eenmaal ten koste kan gaan van de andere aandeelhouders, maar omdat G1 actief op de uitholling van het vermogen van de vennootschap, zelfs eigenlijk op het einde van de vennootschap aanstuurt en de kansen op welslagen van de door haar gedreven onderneming probeert te minimaliseren.