V-N 2022/2.16
Beverwijkse Bazaar volgens Hoge Raad geen vermakelijkheid
HR 24-12-2021, ECLI:NL:HR:2021:1846, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 december 2021
- Magistraten
Koopman, Wortel, Beukers-van Dooren, Boerlage, Cools
- Zaaknummer
20/03886
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS628353:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1846, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑12‑2021
Conclusie, Hoge Raad, 26‑10‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑01‑2021
- Wetingang
art. 229 lid 1 onderdeel c Gemw
Essentie
De Hoge Raad onderschrijft het oordeel van Hof Amsterdam dat de Beverwijkse Bazaar geen ‘vermakelijkheid’ is en X bv daarom geen vermakelijkhedenretributie verschuldigd is.
Samenvatting
X bv is eigenaar van de Beverwijkse Bazaar, een hallencomplex waarin een grotendeels overdekt winkelcentrum wordt geëxploiteerd. In de weekenden is dit winkelcentrum opengesteld voor publiek. X bv exploiteert het vastgoed via verhuur aan derden van winkelen horecaruimten. In geschil is de aanslag vermakelijkhedenretributie. Hof Amsterdam oordeelt dat de Beverwijkse Bazaar geen vermakelijkheid is en X bv daarom geen vermakelijkhedenretributie is verschuldigd. In cassatie stelt B en W dat het hof het begrip ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.