NJFS 2019/234
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschikt na aanvang van onderzoek ter zitting; Hof verstaat dat de ontnemingszaak van rechtswege is geëindigd.
Hof Arnhem-Leeuwarden 06-09-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7248
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
6 september 2019
- Magistraten
Mrs. H.J. Deuring, M.C. Fuhler, F.A. Hartsuiker
- Zaaknummer
21-001946-18
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Bijzondere onderwerpen
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2019:7248, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 06‑09‑2019
- Wetingang
Essentie
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. Ontvankelijkheid OM. Nadat de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was ingediend en de behandeling was aangevangen zijn veroordeelde en het OM tot een schikking als bedoeld in art. 578a Sv gekomen. In de rechtspraak wordt verschillend geoordeeld over wat de gevolgen zijn voor de ingediende vordering op het moment dat de veroordeelde heeft voldaan aan de schikkingsvoorwaarden. De officier van justitie heeft niet de mogelijkheid om de ontnemingsvordering in te trekken als het onderzoek op de terechtzitting al is aangevangen. Het vastleggen en verstaan dat de zaak is geëindigd na het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.