NJ 1938/1082
Vordering scheiding van tafel en bed. Ontkenning der gestelde feiten en beroep op verzoening voor het geval, dat de feiten zonden hebben plaats gehad. Begrip „verzoening".
HR 07-04-1938, ECLI:NL:HR:1938:212, m.nt. Prof.mr. Paul Scholten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 april 1938
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, van Gelein Vitringa, Kirberger, Nypels, Meckmann
- Zaaknummer
[07041938/NJ_1938_1082]
- Conclusie
Mr. Wijnveldt
- Noot
Prof.mr. Paul Scholten
- JCDI
JCDI:ADS106007:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1938:212, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑04‑1938
- Wetingang
(BW art. 271; Rv art. 141.)
Essentie
Vordering scheiding van tafel en bed. Ontkenning der gestelde feiten en beroep op verzoening voor het geval, dat de feiten zonden hebben plaats gehad. Begrip „verzoening".
Samenvatting
Uit de ontkenning van de verweten misdragingen volgt geenszins, dat het beweren van verzoening onjuist moet zijn. Dit beweren heeft naast die ontkenning ten volle beteekenis voor het geval in de procedure, ondanks de ontkenning, de gestelde misdragingen als bewezen worden aangenomen.
Het begrip „verzoening" verlangt naast de gezindheid tot vergeven bij den gekrenkten echtgenoot mede de bereidwilligheid tot hervatting der samenleving. Het blijkt niet, dat het Hof van een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.