De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.9.1:6.9.1 Algemeen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.9.1
6.9.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS394883:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Europese recht eist dat de lidstaten bij de uitvoering van het Europese recht het beginsel van effectieve rechtsbescherming in acht nemen. Hierop is reeds uitgebreid ingegaan in hoofdstuk 3 en hoofdstuk 5, paragraaf 5.8.3. Indien nationale uitvoeringsorganen beslissingen nemen ter uitvoering van de Europese subsidieregelgeving is het uitgangspunt dat daartegen rechtsbescherming bij de nationale rechter dient open te staan. Daarnaast stelt ook het verdedigingsbeginsel bepaalde eisen. In de onderhavige paragraaf wordt op een aantal mogelijke knelpunten ingegaan. Aantekening verdient dat in paragraaf 6.2.3.3 reeds is ingegaan op de vraag in hoeverre de nationale agentschappen Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie kunnen worden aangemerkt als een bestuursorgaan en dientengevolge rechtsbescherming bij de bestuursrechter openstaat. Hierop wordt in deze paragraaf verder niet meer ingegaan.
Allereerst wordt in paragraaf 6.9.2 besproken in hoeverre de Nederlandse hoorplicht bij het voorbereiden van besluiten inzake Europese subsidies in overeenstemming is met het Europese verdedigingsbeginsel. In paragraaf 6.9.3 ga ik vervolgens in op de vraag in hoeverre het op grond van het Nederlandse bestuursrecht mogelijk is om beroep in te stellen tegen adviezen dan wel gemaakte selecties van nationale uitvoeringsorganen aan organen die uiteindelijk beslissen op de aanvraag voor een Europese subsidie. Ten derde bespreek ik in paragraaf 6.9.4 in hoeverre de mogelijkheid bestaat om op te komen tegen de jaarvergoedingen die in het kader van de ELFPO-subsidie agrarisch natuurbeheer wordt verstrekt. Paragraaf 6.9.5 ziet op de problematiek dat een eindontvanger van de Europese subsidie een nationale rechter niet kan dwingen tot het stellen van prejudiciële vragen. Omdat de Europese subsidieregelgeving, maar ook de bestaande jurisprudentie van het Hof van Justitie, niet altijd duidelijk is, kan de eindontvanger daarbij wel degelijk een belang hebben. In paragraaf 6.9.6 wordt ingegaan op de vraag in hoeverre voor de nationale rechter de verplichting bestaat om de Europese subsidieregelgeving ambtshalve toe te passen. In paragraaf 6.9.7 volgen ten slotte conclusies en enige aanbevelingen.