NJ 1928, p. 1507
Verzet tegen een bevelschrift van tenuitvoerlegging volgens art. 64 Armenwet. [Bevoegde rechter]. Procedure in hooger beroep. Niet-beteekening aan de wederpartij. Betaling van schulden. Zuivere aanvaarding?
HR 18-06-1928, ECLI:NL:HR:1928:339
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juni 1928
- Magistraten
Mrs. Jhr. de Savornin Lohman, Savelberg, Jhr. Feith, Taverne, van Dijck.
- Zaaknummer
[18061928/NJ_1928,_p._1507]
- Conclusie
Mr. Van Lier
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid bijstand (V)
Erfrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1928:339, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑06‑1928
- Wetingang
(BW art. 1095; Armenwet 1912 art. 64, 65, 77.)
Essentie
Verzet tegen een bevelschrift van tenuitvoerlegging volgens art. 64 Armenwet. [Bevoegde rechter]. Procedure in hooger beroep. Niet-beteekening aan de wederpartij. Betaling van schulden. Zuivere aanvaarding?
Samenvatting
Art. 77 Armenwet bevat slechts voorschriften voor het geding in eersten aanleg en niet voor dat in hooger beroep.
Het gebruik der gewone rechtsmiddelen is bij een geschil als in art. 76c der Armenwet bedoeld niet uitgesloten, zoodat hooger beroep is toegelaten, doch de wijze, waarop dit wordt aanhangig gemaakt en de in acht te nemen formaliteiten moeten worden gezocht in het Wetb. v. B. Rechtsv.
Art. 345 Bv. verlangt geen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.