Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/8.4.3:8.4.3 Latere strafcontext doet de latente werking aan het licht treden; bewijsverbod
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/8.4.3
8.4.3 Latere strafcontext doet de latente werking aan het licht treden; bewijsverbod
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS493520:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Feteris, noot onder EHRM 17 december 1996 (Saunders t. Verenigd Koninkrijk), BNB 1997/254, pt. 6.
Concurring opinion bij EHRM 17 december 1996, (Saunders t. Verenigd Koninkrijk),BNB 1997/254 (m.nt. Feteris); NJ 1997, 699 (m.nt. Knigge).
EHRM 27 april 2004 (Kansal t. Verenigd Koninkrijk), NJB 2004, nr. 30, p. 1261. In casu was de verstrekking van informatie in faillissement aan de curator aan de orde.
EHRM 18 februari 2010 (Aleksandr Zaichenko t. Rusland), § 54-56.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Omdat de latente werking van het niet-meewerkrecht zich concentreert op de gedwongen medewerking van de (latere) verdachte voordat hij is ‘charged with a criminal offence’, betreft die steeds situaties waarin toezicht op naleving wordt gevolgd door strafvervolging (= volgtijdelijke samenloop). De criminal charge doet de latente werking aan het licht treden: als er geen strafcontext komt, dan komt er ook geen manifeste werking c.q. bewijsverbod.
In zijn noot onder het Saunders-arrest merkt Feteris op dat de algemene bewoordingen in § 74 erop wijzen, dat het EHRM niet van belang acht met welk doel de medewerking vóór het ‘charge’-moment is afgedwongen: met het oog op de strafzaak of voor een ander doel, zoals toezicht op naleving.1 De feiten zoals weergegeven in het arrest, maken niet duidelijk of het onderzoek van de DTI-inspectors bij de betrokkene plaatsvond met het oog op een strafrechtelijke procedure. Het Hof onderzoekt dit ook niet. Feteris acht het juist dat het Hof in dit opzicht geen beperkingen aanlegt, nu het doel van een onderzoek voor de betrokkene niet kenbaar hoeft te zijn. De overheid zou anders ook in de verleiding kunnen komen om oneigenlijk gebruik te maken van een controleonderzoek; een risico waarop ook rechter Walsh in zijn concurring opinion bij het Saunders-arrest wijst.2
Inmiddels kan worden vastgesteld dat in latere zaken waarin voor de criminal charge verklaringen van de verdachte werden afgedwongen (Kansal3, Aleksandr Zaichenko4), het Hof evenmin ingaat op het doel van het onderzoek. Zie ook I.J.L. e.a., waarin de klagers zoals gezegd tevergeefs bij het Hof klaagden over de innige samenwerking tussen de DTI-inspectors en de vervolgende autoriteiten.