Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/329:329 Factoren belangenafweging
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/329
329 Factoren belangenafweging
Documentgegevens:
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS457055:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In Rb. Midden-Nederland 13 november 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:5597 stelt de rechtbank expliciet het belang van de waarheidsvinding van de verzoeker tegenover de bescherming van de persoonlijke integriteit van de verweerder.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het hierna volgende bespreek ik een aantal belangrijke factoren die een rol kunnen spelen in een belangenafweging op grond van het onevenredigheidscriterium. Aangezien de toewijzing van het verzoek – en daarmee de waarheidsvinding1 – steeds voorop staat, betreffen deze factoren de argumenten die de wederpartij kan aanvoeren om afwijzing van het verzoek te bewerkstelligen. In de hierna volgende opsomming van factoren worden niet het tijdsbeslag en de kosten van het voorlopig getuigenverhoor genoemd. De factor tijd en kosten speelt echter wel altijd een rol. Hoe meer getuigen de verzoeker wil doen horen en hoe hoger de kosten van het voorlopig getuigenverhoor, hoe zwaarder deze factor op de belangenafweging dient te drukken.
Uiteraard is het ook voor de verzoeker nuttig te weten welke belangen van de wederpartij door het houden van een voorlopig getuigenverhoor kunnen worden geschaad; in zijn verzoekschrift kan hij dan anticiperen op bekende of mogelijke verweren van de wederpartij. Hij zal als hij een groot aantal feiten wenst te onderzoeken een verwacht verweer van de wederpartij, inhoudende dat het verzoek oeverloos is, kunnen ontkrachten. Hij weet wanneer hij zijn verzoek extra moet motiveren, bijvoorbeeld: als geheime bedrijfsinformatie wordt gevraagd, zal de verzoeker moeten motiveren waarom deze informatie onmisbaar is voor het inschatten van de proceskansen. Ook kan hij mogelijke drempels voor toewijzing van het verzoek al wegnemen en bijvoorbeeld aangeven dat getuigenverhoren over gevoelige bedrijfsinformatie achter gesloten deuren kunnen worden gehouden.
De hierna volgende – niet limitatief bedoelde – factoren spelen een rol in de belangenafweging:
bedrijfsgeheimen; bedrijfsschade (par. 8.5.2),
zwakke vordering in de hoofdzaak (par. 8.5.3),
feiten zijn te vaag of niet relevant (par. 8.5.4),
prognose; resultaat van de getuigenverklaringen (par. 8.5.5) en
ander bewijs is voorhanden (par. 8.5.6).