Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/5.2.2
5.2.2 Invloed vanuit de verhouding tussen de aandeelhouders onderling
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958062:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De toelaatbaarheid van aandeelhoudersovereenkomsten is, voor zover het afspraken over het uitoefenen van het stemrecht betreft, door de Hoge Raad erkend in het arrest Wennex (Hoge Raad 30 juni 1944, ECLI:NL:HR:1944:BG9449, NJ 1944/465). Het bestaan van een aandeelhoudersovereenkomst die een stemovereenkomst inhoudt, wordt inmiddels ook uitdrukkelijk erkend in de wet: art. 2:24a lid 1 sub a BW. Zie ook Van Veen 2018.
Zie verder over deze begrenzing paragraaf 4.2.3. Van Veen gaat in zijn artikel ‘Aandeelhoudersovereenkomsten en het Nederlandse vennootschapsrecht’ dieper in op de vraag hoe aandeelhoudersovereenkomsten en art. 3:40 BW zich tot elkaar verhouden. Met name bespreekt hij waarom art. 2:25 BW geen belemmering oplevert om aandeelhoudersovereenkomsten te mogen sluiten. Van Veen 2018, p. 97-107.
Algemeen aanvaard is dat aandeelhouders onderling afspraken kunnen maken in aandeelhoudersovereenkomsten.1 Net als bij andere overeenkomsten, worden de grenzen voor de inhoud of strekking van deze overeenkomst bepaald door art. 3:40 BW. De afspraken mogen niet in strijd zijn met een dwingende wetsbepaling en de inhoud of strekking van de overeenkomst mag niet in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde.2
In de certificeringsstructuur die in deze paragraaf wordt besproken, wordt uitgegaan van de situatie dat de stak enig aandeelhouder van de (holding)vennootschap is. Aandeelhoudersovereenkomsten zullen in die structuur niet spelen op het niveau waar de stak aandeelhouder is. Om die reden zal de invloed van de aandeelhoudersovereenkomsten op het behoud van het vermogen in de familie hier niet verder besproken worden.