25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/51.5:51.5 Toekomst
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/51.5
51.5 Toekomst
Documentgegevens:
prof. dr. H.B. Winter, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. dr. H.B. Winter
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze slotparagraaf komen de beide onderwerpen uit het voorgaande terug: de inrichting van de bezwaarprocedure en het leereffect dat die procedure binnen de overheidsorganisatie heeft.
De bezwaarprocedure is de eerste vijftien jaar na de inwerkingtreding van de Awb sterk geformaliseerd, waarbij de inschakeling van externe hoor- en adviescommissies als het summum van zorgvuldigheid en onbevooroordeelde heroverweging werd gezien. Veel onderzoek dat de afgelopen jaren is uitgevoerd wijst uit dat die pretentie niet waar wordt gemaakt. Integendeel. De bezwaarprocedure functioneerde niet zoals bezwaarmakers dat idealiter zouden wensen: de nogal statische inrichting ervan zorgde er niet voor dat een gesprek tot stand kwam waarin de bezwaarmaker en een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan over de inhoud van het genomen besluit van gedachten konden wisselen. Bezwaarmakers gaven die bezwaarschriftprocedures dan ook een onvoldoende. De ervaringen met de praktijk waarin beter wordt geluisterd naar de voorkeuren van de bezwaarmakers laten zien dat dan aanmerkelijk positiever wordt geoordeeld. Kennelijk komt het organiseren van die procedure op de maat van de burger tegemoet aan zijn wensen. De theorie van procedurele rechtvaardigheid gaat dan op: ook als de bezwaarde zijn zin niet krijgt, maar hij zich serieus genomen voelt, kan hij toch tevreden zijn over de afhandeling van zijn bezwaarschrift. Daaruit volgt een duidelijk advies aan bestuursorganen: stap af van het dominante art.7:13voorbereidingsmodel, geef de burger de ruimte en varieer met de afhandelingsmodaliteiten die binnen het kader van de Awb mogelijk zijn. En vooral ook: laat de keuze voor de te volgen afhandelingsmodaliteit aan de bezwaarmaker. Waar bestuursorganen wel steeds vaker deze weg verkennen valt op dat evaluatieonderzoek naar de effecten daarvan nog niet standaard wordt uitgevoerd. Een aan het voorgaande verbonden advies is dus: evalueer en leer van de gekozen wijze van afdoening van bezwaarschriften.
Evalueren en leren van de bewandelde procedure geldt ook voor de inhoud van de besluitvorming in bezwaar. Waar in het voorgaande is beweerd dat het leereffect van de bezwaarschriftprocedure groter kan worden door een koppeling met juridische kwaliteitszorg luidt het advies de uitkomsten van de bezwaarschriftprocedure actiever te benutten voor kwaliteitsverbetering. Dat kan op verschillende manieren. In de eerste plaats moet dat in de individuele casus waarin bezwaar is gemaakt. Zorg er voor dat de afstand tussen de primaire vakafdeling en de gespecialiseerde bezwaarbehandelaars verdwijnt en dat de individuele medewerker door de collega van ‘bezwaar’ wordt geïnformeerd over de heroverweging en wat daarvan kan worden geleerd, ook voor andere gevallen. In de tweede plaats moeten de contacten tussen de verschillende onderdelen van de organisatie ook op managementniveau worden versterkt. De juridisch controller heeft hier een taak.
De algemeen verplichte bezwaarschriftprocedure is een in potentie prachtig instrument om burgers en overheden nader tot elkaar te brengen. Daar horen geen statische en sterk geformaliseerde inrichtingskeuzes bij. De bezwaarmakers die voor de procedure kiezen hebben behoefte aan flexibiliteit. Het bestuur moet daarop responsief reageren en ook volop inzetten op inhoudelijke meerwaarde. Dan kan de procedure nog wel 25 jaar mee.