V-N 2025/33.26
Eindarrest inzake BPM-proceskostenvergoeding na cassatie; geen ‘bijzonder geval’
HR 11-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1137, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juli 2025
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Fierstra
- Zaaknummer
24/02271 bis
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD16750:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1137, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑07‑2025
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat zijn geval is aan te merken als een bijzonder geval als bedoeld in de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en BPM. Voor de cassatieprocedure heeft X dus recht op een proceskostenvergoeding van slechts € 409.
Samenvatting
X heeft na een BPM-cassatieprocedure volgens de Hoge Raad recht op een proceskostenvergoeding (zie V-N 2025/20.12). In het kader van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en BPM is echter nader feitenonderzoek nodig om te kunnen beoordelen of de beperkingen van die wet van toepassing zijn. X kon namelijk niet anticiperen op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.