De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/6.1:6.1 Inleiding
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS399985:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In paragraaf 4.2.6 is reeds ingegaan op het begrip ‘gewone verblijfplaats’ in de regeling voor tijdelijke invoer van vervoermiddelen, eveneens gebaseerd op een Europese richtlijn.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de invulling van de vier vestigingsplaatsvormen – zetel van bedrijfsuitoefening, vaste inrichting, woonplaats en gebruikelijke verblijfplaats – bezien vanuit de Europese btw-richtlijn(voorstellen) en jurisprudentie en Nederlandse wet- en regelgeving en jurisprudentie. Daarbij is slechts ingegaan op het positieve recht, het recht zoals dit volgens (communautaire) wetgever en rechters is en de naar aanleiding daarvan rijzende vragen. In diverse andere rechtsgebieden is de vraag naar de woon- of vestigingsplaats van een rechtssubject al langer en/of meer uitgebreid dan in de omzetbelasting aan de orde geweest. Een analyse van het positieve recht en de vragen die zich daarbij voordoen is daarom niet compleet zonder aandacht te besteden aan andere rechtsgebieden. In deze andere rechtsgebieden kunnen oplossingen worden gevonden voor de in de hoofdstukken 4 en 5 besproken vragen evenals vragen of problemen worden afgeleid die ook in de omzetbelasting kunnen rijzen. Vanwege het raakvlak dat de omzetbelasting heeft met het civiele recht en zijn grondslag in het Europese recht, zullen in de eerste plaats het civiele en Europese recht worden behandeld. Bij het Europese recht wordt er daarbij gekozen om alleen het overkoepelende VW EU en de daarin opgenomen vrijheden te bespreken.1 Het gaat buiten het bestek van dit onderzoek om alle Europese regelgeving te bespreken waar een vorm van woon- of vestigingsplaats staat vermeld. Vanuit het perspectief van de regels voor de plaats van dienst die in dit onderzoek centraal staan, is het tevens van belang aandacht te besteden aan de directe belastingen. Net als bij de regels voor de plaats van dienst in de omzetbelasting wordt in de directe belastingen mede door middel van de woon- en vestigingsplaats bepaald welk land waarover mag heffen. De uitwerking van de invulling van het woon- en vestigingsplaatsbegrip in het civiele recht, het VW EU en de directe belastingen in dit hoofdstuk is meestal een louter beschrijvende. Het gaat buiten het bestek van dit onderzoek om in te gaan op de vraag hoe deze begrippen gelet op hun doelstellingen zouden moeten worden uitgelegd. Aan het eind van ieder van de volgende paragrafen wordt steeds de vraag gesteld welke aanknopingspunten of welke gedachten ook voor de btw kunnen worden toegepast en welke vragen naar aanleiding van de invulling van het woon- en vestigingsplaatsbegrip in andere rechtsgebieden voor de invulling van de vestigingsplaatsvormen in de btw kunnen worden gesteld. In paragraaf 6.5 volgt ten slotte een schematisch overzicht van de besproken woon- en vestigingsplaatsbegrippen en de invulling van de vestigingsplaatsvormen in de btw. Daarbij wordt de invulling van deze begrippen tevens onderling vergeleken.