V-N 2021/18.5
Box 3-heffing volgens A-G niet in strijd met eigendomsrecht maar wel met discriminatieverbod
HR (Parket) 25-03-2021, ECLI:NL:PHR:2021:293, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
25 maart 2021
- Zaaknummer
20/02453
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS264238:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Europees belastingrecht / Discriminatie
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑07‑2021
ECLI:NL:HR:2021:1047, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑07‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:293, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑03‑2021
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Wattel adviseert de Hoge Raad om box 3 2017 én 2016 als inkomstenbelasting op stelselniveau onverenigbaar te verklaren met het discriminatieverbod. Het is aan de wetgever om een einde te maken aan deze discriminatie.
Samenvatting
X geniet in 2016 € 1499 aan rente op haar banktegoeden en in 2017 € 667. De verschuldigde box 3-heffing bedraagt in 2016 € 1956 en in 2017 € 1824. X stelt dat er geen sprake is van ‘genoten’ inkomen in de zin van art. 2.3 Wet IB 2001, omdat zij minder heeft ontvangen dan de wettelijk veronderstelde ‘opbrengst’. Rechtbank Zeeland-West-Brabant en Hof ’s-Hertogenbosch stellen de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.