NJF 2025/226
Gezag van gewijsde. Aan door de Ondernemingskamer getroffen onmiddellijke voorzieningen komt naar hun aard geen gezag van gewijsde toe.
Hof Arnhem-Leeuwarden 02-07-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4348
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
2 juli 2024
- Magistraten
Mrs. M.M.A. Wind, J.E. Wichers, A.A.J. Smelt
- Zaaknummer
200.325.284/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2024:4348, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 02‑07‑2024
- Wetingang
Art. 2:349a BW
Essentie
Gezag van gewijsde. Aan door de Ondernemingskamer getroffen onmiddellijke voorzieningen komt naar hun aard geen gezag van gewijsde toe.
Redactie: Aan door de Ondernemingskamer getroffen onmiddellijke voorzieningen komt geen gezag van gewijsde toe.
Samenvatting
Appellant stelt in deze procedure dat aan een aantal onmiddellijke voorzieningen die de Ondernemingskamer heeft getroffen, gezag van gewijsde toekomt. Het hof overweegt dat voorzieningen die getroffen zijn in een enquêteprocedure naar hun aard geen gezag van gewijsde hebben. De beslissing die de Ondernemingskamer als dwangsomrechter nam dat geen aanvullende verboden met dwangsommen noodzakelijk waren, aangezien de bestaande dwangsomveroordeling voldeed, bevat geen definitief oordeel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.