HR, 28-01-2025, nr. 24/03771 H
ECLI:NL:HR:2025:128
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28-01-2025
- Zaaknummer
24/03771 H
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:128, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑01‑2025; (Cassatie)
Beroepschrift, Hoge Raad, 09‑10‑2024
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0035
Uitspraak 28‑01‑2025
Inhoudsindicatie
Herziening. Mishandeling (art. 300.1 Sr) en gevaar op weg veroorzaken (art. 5 WVW 1994). Aangevoerd wordt dat Pr de vordering benadeelde partij zou hebben afgewezen dan wel n-o zou hebben verklaard als Pr ermee bekend was geweest dat verzekeraar van aanvrager schade, die aan voertuig van slachtoffer is ontstaan a.g.v. de door Pr bewezenverklaarde verkeersovertreding, geheel heeft vergoed, art. 457.1.c Sv. Ook als wordt uitgegaan van juistheid van deze stelling, kan dit niet leiden tot een van de in art. 457.1.c Sv genoemde beslissingen. Tot die beslissingen behoort immers niet afwijzing van of niet-ontvankelijkverklaring in vordering b.p. Aanvraag bevat verder niets wat kan worden aangemerkt als beroep op gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv. Gevolg daarvan is (gelet op art. 460.2 en 465.1 Sv) dat HR verzoek niet in behandeling kan nemen. Aanvraag n-o.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03771 H
Datum 28 januari 2025
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 juli 2024, nummer 02-152712-23, ingediend door E.M.A. Leijser, advocaat in Tilburg,
namens
[aanvrager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de aanvrager.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de aanvrager veroordeeld voor 1. mishandeling en 2. overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 tot onder meer een taakstraf van 20 uren en een geheel voorwaardelijke taakstraf van 20 uren. Verder heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] gedeeltelijk toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
2. De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvraag
3.1
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat, als dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
3.2
In de aanvraag wordt aangevoerd dat de politierechter de vordering van de benadeelde partij zou hebben afgewezen dan wel de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk zou hebben verklaard als de politierechter ermee bekend was geweest dat de verzekeraar van de aanvrager de schade, die aan het voertuig van het slachtoffer is ontstaan als gevolg van de door de politierechter bewezenverklaarde verkeersovertreding, geheel heeft vergoed.Ook als wordt uitgegaan van de juistheid van deze stelling, kan dit niet leiden tot een van de in artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv genoemde beslissingen, zoals vermeld onder 3.1. Tot die beslissingen behoort immers niet de afwijzing van of de niet-ontvankelijkverklaring in de vordering van de benadeelde partij.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2025.
Beroepschrift 09‑10‑2024
[Hoge Raad der Nederlanden
Afdeling DIV
Ingekomen]
[30 OKT. 2024]
[Behandelaar :
Zaaknummer:]
Hoge Raad der Nederlanden
Postbus 20303
2500 EH 's‑Gravenhage
Per ZIVVER alsmede per gewone post
Tilburg, 9 oktober 2024
Inzake: [aanvrager]/ herziening
Dossier: 13240116
Uw ref.:
VERZOEK TOT HERZIENING
ex artikel 457 lid 1 sub c WvSv
Edelgrootachtbaar college,
De heer [aanvrager], verder te noemen ‘[aanvrager]’, wonende aan de [adres] ([postcode]) te [woonplaats] te dezer zake woonplaats kiezende te (5017 HR) Tilburg aan de Tivolistraat 30, ten kantore van Leijser Advocatuur, van wie mr. E.M.A. Leijser, die in deze tot advocaat wordt gesteld en als zodanig zal optreden.
Dit verzoek richt zich tegen de uitspraak van de politierechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 juli 2024 met parketnummer 02/152712-23.
Inleiding
1.
2.
Op de [01] ter hoogte van Berkel-Enschot (gemeente Tilburg) heeft er zich op 22 juni 2023 een aanrijding voorgedaan tussen twee voertuigen. [aanvrager] bestuurde een van deze voertuigen en de heer [benadeelde] het andere voertuig. Deze voertuigen zijn met elkaar in botsing gekomen na een verkeersmanoeuvre van [aanvrager]. Na deze aanrijding heeft er zich een confrontatie tussen beide bestuurders van de voertuigen voorgedaan.
3.
De heer [benadeelde] heeft op 22 juni 2023 aangifte gedaan jegens [aanvrager] (productie 1).
4.
Op 27 juli 2023 dient [benadeelde] bij het Openbaar Ministerie te Breda een verzoek tot schadevergoeding in (productie 2). ]benadeelde[ begroot de schade op een bedrag van € 5.888,91 en stelt dat zijn schade niet is vergoed.
5.
Het Openbaar Ministerie legt [aanvrager] het volgende ten laste (productie 3):
- ‘1.
Hij op of omstreeks 22 juni 2023 te Berkel- Enschot, gemeente Tilburg [benadeelde] heeft mishandeld door (meermalen) in/tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te stoten.
(artikel 300 lid 1 wetboek van strafrecht)
- 2.
Hij op of omstreeks 22 juni 2023 te Berkel-Enschot, gemeente Tilburg als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk Dacia gekentekend [kenteken 1]) daarmee rijdende op de weg, [a-straat 01], in aanrijding met een op die weg rijdend voertuig (Ford Focus, gekentekend [kenteken 2]) is gekomen en/of zijn voertuig op de vluchtstrook van die [a-straat 01] stil te zetten en/of hierbij een ander voertuig (gekentekend [kenteken 2], Ford Focus) te blokkeren zodanig dat de bestuurder voertuig zijn weg niet kon vervolgen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
(artikel 5 Wegenverkeerswet 1994)’
6.
[aanvrager] werd gedagvaard voor de zitting van 27 september 2023 bij de politierechter te Breda. Ter zitting is door de verdediging verzocht om de zaak aan te houden voor het verrichten van verder onderzoek door de politie. De politierechter heeft dit verzoek toegekend.
7.
Op 22 juli 2024 heeft de politierechter de zaak verder voortgezet. Het onderzoek bij de politie heeft verder niets opgeleverd. Op 22 juli 2024 doet de politierechter uitspraak. Het volgende wordt uitgesproken (productie 4):
- —
Voor feit 1: taakstraf voor de duur van 20 uur, te vervangen door 10 dagen hechtenis;
- —
Voor feit 2: taakstraf voor de duur van 20 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en een voorwaardelijke rij-ontzegging voor de duur van 4 maanden met een proeftijd van 1 jaar;
- —
Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor een bedrag van € 5.688,91 te vervangen door 63 dagen gijzeling indien [aanvrager] de schade niet voldoet. De rest van de vordering is niet ontvankelijk verklaard. Er is een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
8.
[aanvrager] heeft geen hoger beroep ingesteld. Het Openbaar Ministerie heeft evenmin hoger beroep ingesteld. De uitspraak is hiermee thans onherroepelijk.
9.
Op 29 augustus 2024 bericht de verzekeraar van [aanvrager] dat zij naar aanleiding van het schadeongeval op 22 juni 2023 een bedrag van € 4.498,21 hebben uitgekeerd (productie 5). Op 4 september 2023 bericht de verzekeraar van [benadeelde] aan de verzekeraar van [aanvrager] dat de schade aan de auto van [benadeelde] is gesplitst. Enkel de schade aan de rechterkant komt voor vergoeding in aanmerking. De schade aan de rechterkant wordt begroot op een bedrag van € 4.498,21. Dit bedrag is ook uitgekeerd aan [benadeelde].
10.
De heer [benadeelde] had het Openbaar Ministerie dienen in te lichten over de splitsing van de schades en de vergoeding van de gehele schade. Zulks is niet gebeurt.
11.
Indien en voor zover deze informatie bij de politierechter bekend was geweest, was de vordering afgewezen dan wel niet ontvankelijk verklaard.
In rechte:
12.
Op grond van artikel 457 lid 1 sub c van het WvSv kan op aanvraag van de procureur-generaal of van de gewezen verdachte te wiens aanzien een vonnis of arrest onherroepelijk is geworden, kan de Hoge Raad ten voordele van de gewezen verdachte een uitspraak van de rechter in Nederland houdende een veroordeling herzien:
- c.
indien er sprake is van een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid, hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte , hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet- ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
Verzoek tot herziening
13.
De uitspraak van de politietrechter tegen gewezen verdachte [aanvrager] van 22 juli 2024 is inmiddels onherroepelijk geworden. Op 29 augustus 2024, derhalve na de uitspraak van de politierechter van 22 juli 2024, ontving [aanvrager] het bericht van zijn verzekeraar dat de schade aan het voertuig naar aanleiding van het incident op 22 juni 2024 van [benadeelde] geheel is vergoed. Indien en voor zover reeds voor de uitspraak bekend was at de schade geheel aan [benadeelde] was vergoed, zou de politierechter de vordering van de benadeelde partij hebben afgewezen dan wel niet ontvankelijk hebben verklaard.
14.
[aanvrager] verzoekt uw edelgrootachtbaar college om de uitspraak van de politierechter te herzien in die zin dat de vordering van de benadeelde partij alsnog wordt afgewezen dan wel niet ontvankelijk wordt verklaard.
Redenen waarom:
[aanvrager], als gewezen verdachte, zich tot uw edelgrootachtbaar college wendt met het eerbiedig verzoek om te bepalen dat:
- 1.
De uitspraak van de politierechter van 22 juli 2024 met parketnummer 02/152712-23 gedeeltelijk te herzien in die zin dat de vordering van de benadeelde partij de heer [benadeelde] van 27 juli 2023 alsnog wordt afgewezen dan wel niet ontvankelijk wordt verklaard.
Tilburg, 9 oktober 2024
Advocaat
[A] B.V. | |||||
|---|---|---|---|---|---|
[b-straat 01] [postcode] [a-plaats] | |||||
SCHADE-CALCULATIE NR 14556 | 18.07.2023 | ||||
EINDCALCULATIE | EURO | EURO | |||
ONDERDELEN | 2 086.19 | ||||
KLEINMATERIAAL ( 2.0 %) | 41.72 | ||||
TOTAALBEDRAG ONDERDELEN … | 2 127.91 | ||||
ARBEIDSLOON | TIJDBASIS 10 AE = 1 UUR | ||||
TOTAAL | 76 AE × 12.72 EURO/AE | 966.72 | |||
TOTAALBEDRAG ARBEIDSLOON … | 966.72 | ||||
BIJKOMENDE KOSTEN | |||||
UITLIJNEN | 65.00 | ||||
TOTAALBEDRAG BIJKOMENDE KOSTEN… | 65.00 | ||||
SPUITWERK | |||||
ARBEIDSLOON | 1 144.80 | ||||
SPUIT-MATERIAALKOSTEN | 553.07 | ||||
TOTAALBEDRAG SPUITWERK … | 1 697.87 | ||||
REPARATIEKOSTEN EXCL. MILIEUTOESLAG | 4 857.50 | ||||
TOESLAG WP+SP | (76 AE + 90 AE) × 0.23 EURO/AE | 38.18 | |||
TOTAALBEDRAG MILIEUTOESLAG… | 38.18 | ||||
REPARATIEKOSTEN EXCL. BTW… | 4 895.68 | ||||
BTW 21.00 % | 1 028.09 | ||||
REPARATIEKOSTEN INCL. BTW…. | 5 923.77 | ||||
INCL. BEGROTINGSKOSTEN REPARATEUR; AANTAL AE | 12.00- | ||||
VERKLARINGEN: | |||||
ONDERDEELPRIJS = PRIJS FABR./IMP. | * = GEBRUIKERSOPGAVE | ||||
ONDERDEELNR. NIET ALTIJD BESTELNR. | ; = OND.NR. NIET VOOR BESTELLING | ||||
GN = GEEN ONDERDEEL-/ARB.-POS.-NR. | MODEL-SPECIFIEK NAAR VIN | ||||
) = TIJDSDEEL IN ANDERE POS. OPGENOM | ZAX=TIJDVASTSTELLING DOOR AUDATEX | ||||
SCHADEVASTSTELLING HOUDT GEEN | VERPLICHTING TOT VERGOEDING IN | ||||
(C)ALLE RECHTEN VAN HET SPUIT CALC-SYSTEEM (AZT) ZIJN GERESERVEERD DOOR AZT AUTOMOTIVE GMBH | |||||