Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/2.5:2.5 Veel gebruikte begrippen
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/2.5
2.5 Veel gebruikte begrippen
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940735:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vervolg van dit onderzoek gebruik ik een aantal begrippen om veel voorkomende verschijnselen of bepaalde aangelegenheden mee aan te duiden. Waar ik een bepaald begrip (of begrippenpaar) voor het eerst gebruik, geef ik daarop een toelichting in de hoofdtekst. Als het begrip uit mijn eigen koker komt, geef ik uiteraard een definitie. Lezers die dit boek niet in zijn geheel bestuderen of alleen bepaalde passages raadplegen, blijven daarom mogelijk verstoken van de benodigde context. Om die reden neem ik hieronder de belangrijkste begrippen op, voorzien van een omschrijving. Soms gaat het om niet meer dan een vereenvoudiging in verband met de leesbaarheid.
Belastingplichtige: (soms) ook: inhoudingsplichtige of belastingschuldige.
Inspecteur: (soms) ook: ontvanger.
Boeteling: degene aan wie een fiscale bestuurlijke boete is of wordt opgelegd.
Derde-gemachtigde: iedere persoon die is betrokken bij de fiscale aangelegenheden van de belastingplichtige, diens fiscale belangen behartigt of namens hem in fiscalibus optreedt, zoals de belastingadviseur, de advocaat, de werknemer of de vertegenwoordiger.
Centrale stellingen: de bestanddelen van de delictsomschrijving; de elementen van het beboetbare feit zoals dat in de wet is omschreven; deze te bewijzen elementen vallen uiteen in drie categorieën: het kale beboetbare feit (de feitelijke gedraging, het handelen of nalaten), de schuldgradatie (de mate van verwijtbaarheid) en de kwaliteit (de hoedanigheid van de boeteling).
Perifere stellingen: alle voor de uiteindelijke boeteoplegging relevante feiten en omstandigheden die geen onderdeel zijn van de delictsomschrijving; aspecten die niet rechtstreeks zijn terug te vinden in de wettelijke omschrijving van het beboetbare feit, maar wel invloed hebben op de vraag óf een boete gerechtvaardigd is, en zo ja, hoe hoog die boete in het concrete geval zou moeten zijn (zoals disculpatiegronden en strafverminderende of strafverzwarende omstandigheden).
Kale beboetbare feit: de feitelijke gedraging, bestaande uit een handelen of nalaten, die de boeteling wordt verweten; de feitelijke elementen van de delictsomschrijving, niet zijnde de schuldgradatie.
Kwaliteitsvereiste: het vereiste dat degene aan wie een boete wordt opgelegd, een bepaalde hoedanigheid moet bezitten.
Schuldgradatie: een bepaalde aard en mate van verwijtbaarheid die opzet of grove schuld oplevert.
Grondslagkoppeling: wetgevingstechniek waarbij de omschrijving van het beboetbare feit is gekoppeld aan de boetegrondslag, die wordt gevormd door de materiële belastingheffing: hoewel het voor het begaan van het beboetbare feit voldoende is dat er enig bedrag aan belasting niet is geheven, wordt de boete vanwege het vereiste causaal verband met de schuldgradatie uiteindelijk alleen berekend over de opzettelijk of grofschuldig niet geheven belasting.
Bewijsgradatie: norm voor de vereiste overtuigingskracht van het bewijs, bewijsmaatstaf (bijvoorbeeld ‘aannemelijk maken’ of ‘doen blijken’).
Ambtshalve toetsingsplicht: verplichting die inhoudt dat de rechter op basis van het beschikbare dossier wél ambtshalve (zonder dat daarop een beroep is gedaan) moet toetsen, maar niet gehouden is om zelfstandig onderzoek te doen buiten het dossier om; komt neer op een ambtshalve aanvulling van de rechtsgronden.
Zelfstandige onderzoeksplicht: verplichting die inhoudt dat de rechter niet alleen ambtshalve moet toetsen, maar ook feitenonderzoek dient in te stellen; omvat ook een ambtshalve aanvulling van de feiten.
Strafbaar feit: (soms, in de context van de autonome betekenis van het begrip criminal charge uit het EVRM) ook: beboetbaar feit.
Strafzaak: (soms, om dezelfde reden) ook: fiscale bestuurlijke boetezaak.
Vervolgende autoriteit: (soms, om dezelfde reden) ook: de inspecteur.
Verdachte: (soms, om dezelfde reden) ook: boeteling.