Einde inhoudsopgave
RvdW 2018/350
Het oordeel van het hof, dat door de Hoge Raad aldus wordt verstaan dat de beantwoording van de vraag of de gevorderde immateriële schade rechtstreeks is toegebracht door de bedoelde bewezenverklaarde strafbare feiten een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, is mede gelet op de omstandigheid dat het bij die feiten telkens gaat om door verdachte ten onrechte uit naam van de bedoelde bewezenverklaarde geuite bedreigingen en beledigingen van anderen dan de bedoelde bewezenverklaarde niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
HR 06-03-2018, ECLI:NL:HR:2018:305
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
6 maart 2018
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, Y. Buruma, V. van den Brink
- Zaaknummer
16/04989
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:305, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 06‑03‑2018
ECLI:NL:PHR:2017:1550, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑12‑2017
Essentie
Het oordeel van het hof, dat door de Hoge Raad aldus wordt verstaan dat de beantwoording van de vraag of de gevorderde immateriële schade rechtstreeks is toegebracht door de bedoelde bewezenverklaarde strafbare feiten een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, is mede gelet op de omstandigheid dat het bij die feiten telkens gaat om door verdachte ten onrechte uit naam van de bedoelde bewezenverklaarde geuite bedreigingen en beledigingen van anderen dan de bedoelde bewezenverklaarde niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
Partij(en)
6 maart 2018
Strafkamer
nr. S 16/04989
CeH/NA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.