V-N 2024/48.16
Vernietiging voor Luxemburgse bankrekeningen opgelegde navorderingsaanslagen omdat inspecteur niet voortvarend handelt na inkeerverzoek
HR 01-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1557, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 november 2024
- Magistraten
Van Eijsden, Wortel, Boerlage
- Zaaknummer
23/00324
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS984778:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1557, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑11‑2024
- Wetingang
art. 16 lid 4 AWR
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur niet redelijkerwijs kon aannemen dat de reactie op zijn e-mail nog van belang kon zijn voor het vaststellen van de IB-navorderingsaanslagen over 2001 tot en met 2008. Er is niet de vereiste voortvarendheid betracht.
Samenvatting
X doet in 2014 een inkeermelding voor drie verzwegen bankrekeningen in Luxemburg. Eén van de bankrekeningen staat op naam van A Inc. Vanaf 23 december 2016-20 februari 2017 zijn aan X IB-navorderingsaanslagen over 2001-2008 opgelegd. Later volgen de navorderingsaanslagen over 2009, 2010, 2012 en 2014. Volgens X heeft de inspecteur niet voldoende voortvarend gehandeld. De inspecteur ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.