Einde inhoudsopgave
Besluit activiteiten leefomgeving - Nota van toelichting
§ 3.2.8 Opslagtank voor vloeistoffen en tankcontainer of verpakking die wordt gebruikt als opslagtank voor vloeistoffen
Geldend
Geldend vanaf 31-08-2018
- Bronpublicatie:
03-07-2018, Stb. 2018, 293 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
31-08-2018
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
03-07-2018, Stb. 2018, 293 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Algemeen
Omgevingsrecht / Omgevingswet
Artikel 3.24 (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Dit artikel geeft aan dat het opslaan van de genoemde vloeistoffen in een opslagtank of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt een milieubelastende activiteit is waarvoor de hoofdstukken 2 tot en met 5 gelden.
Het regelen van deze activiteit op rijksniveau is nodig om een gelijk speelveld en gelijk beschermingsniveau te waarborgen. De regels bestaan vooral uit een nationale uitwerking van passende preventieve maatregelen en beste beschikbare technieken. De nadelige gevolgen voor het milieu die deze activiteit kan veroorzaken zijn vooral de gevolgen voor externe veiligheid vanwege de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en bodemverontreiniging.
Onder de oliën, bedoeld onder h, vallen plantaardige en dierlijke olie maar ook afgewerkte olie en smeerolie.
Onder de activiteit opslaan in een opslagtank vallen ook de daarbij behorende activiteiten, zoals het vullen of legen van de opslagtank met een tankwagen. Ook valt hier onder het opslaan voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer.
In bijlage I wordt opslagtank gedefinieerd als voorziening voor het opslaan van gas of vloeistof, met uitzondering van een verpakking, tankcontainer of ladingtank van een bunkerstation.
In de praktijk worden vloeistoffen niet alleen opgeslagen in opslagtanks maar ook in tankcontainers en verpakkingen. Ook het opslaan van vloeistoffen in tankcontainers en verpakkingen valt binnen de aanwijzing, voor zover die tankcontainers of verpakkingen worden gebruikt als opslagtank. Met een verpakking wordt hier vooral bedoeld een intermediate bulk container. Een tankcontainer is geschikt voor verschillende typen transport. In tankcontainers kunnen zowel gevaarlijke als ongevaarlijke producten vervoerd worden. Een tankcontainer heeft een vat van roestvast staal met daaromheen een isolatie- en beschermingslaag van doorgaans polyurethaan en aluminium. Het vat wordt in het midden van een stalen frame geplaatst.
Een tankcontainer of verpakking wordt als opslagtank gebruikt als deze staat opgesteld op een vaste plaats en daar via leidingen en pomp is aangesloten op een proces of een installatie. De tankcontainer of verpakking wordt dan gebruikt als voorraadvat. Als dit vat leeg is wordt het afgekoppeld en omgewisseld voor een vol vat. Een andere mogelijkheid is dat het vat niet wordt afgekoppeld, maar ter plaatse wordt gevuld vanuit een tankwagen. Er zijn ook tankcontainers en verpakkingen die worden gebruikt voor het opslaan van afgewerkte olie of een andere vloeibare afvalstof. Als deze vol zijn worden ze omgewisseld voor lege vaten of ze worden ter plaatse geleegd in een tankwagen.
Een ladingtank van een bunkerstation is uitgezonderd van de definitie van opslagtank in bijlage I bij dit besluit. Die ladingtanks vallen onder paragraaf 3.8.3.
Artikel 3.25 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen) [artikel 5.1, tweede lid, van de wet]
Dit artikel wijst het opslaan van de genoemde vloeibare gevaarlijke stoffen in een opslagtank aan als geval waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Het opslaan van de in artikel 3.24 genoemde vloeistoffen in een opslagtank met een inhoud van meer dan 150 m3 is op grond van het eerste lid, onder f, altijd vergunningplichtig.
In het tweede lid is een aantal uitzonderingen opgenomen voor vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3. Er geldt geen vergunningplicht als aan een of meer van deze uitzonderingen wordt voldaan. Als stoffen van ADR-klasse 3 zijn opgeslagen in een ondergrondse opslagtank is de activiteit niet vergunningplichtig. Van de vergunningplicht is ook uitgezonderd het opslaan van gasolie, diesel of huisbrandolie met een vlampunt van 55 °C of hoger in een bovengrondse opslagtank en een tankcontainer of verpakking. Uit onderzoek van het RIVM blijkt namelijk dat het opslaan van diesel beperkte externe veiligheidsrisico's meebrengt.
Tot slot is uitgezonderd van de vergunningplicht het opslaan van ADR-klasse 3 stoffen in een bovengrondse opslagtank met een inhoud van ten hoogste 300 liter, als deze tank niet — op de locatie — vanuit een tankwagen wordt gevuld. Dit geldt bijvoorbeeld voor de opslag van afgewerkte olie bij garages en afgetapte brandstoffen bij autodemontagebedrijven. De reden voor deze uitzondering is dat externe veiligheidsrisico's zich bij deze kleine opslagtanks alleen voordoen bij het vullen. De kleine opslagtanks komen vooral voor bij autodemontagebedrijven waar ze gebruikt worden voor het opslaan van afgetapte vloeistoffen.
Op grond van het derde lid is een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam vereist als er sprake is van het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid, onder c, d, e of f.
Artikel 3.26 (algemene regels)
Dit artikel geeft aan welke paragrafen met regels gelden voor het opslaan van vloeistoffen in een opslagtank of in een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt.
De paragrafen 4.93, 4.94, 4.96 en 4.97 zijn alleen van toepassing als de opslagtank die wordt gebruikt een inhoud heeft van ten hoogste 150 m3.