Hof Amsterdam, 20-02-2024, nr. 23-002009-23
ECLI:NL:GHAMS:2024:426
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
20-02-2024
- Zaaknummer
23-002009-23
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2024:426, Uitspraak, Hof Amsterdam, 20‑02‑2024; (Hoger beroep)
Cassatie: ECLI:NL:HR:2025:1723
Uitspraak 20‑02‑2024
Inhoudsindicatie
Mishandeling. Vernietiging. Voorwaardelijke geldboete van €750,00. Toewijzing vordering benadeelde partij tot een bedrag van €1145,26 bestaande uit €595,26 aan materiële schade en €550,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af. Oplegging schadevergoedingsmaatregel.
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-007857-22
parketnummer hoger beroep : 23-002009-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 20 februari 2024 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 4 juli 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte01]
voornamen: [verdachte01]
geboren: op [geboortedatum01] 1970 te [geboorteplaats01]
adres: [adres01] .
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
mishandeling.
gepleegd op 8 september 2021 te Heerhugowaard.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis .
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij01]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij01] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.145,26 (duizend honderdvijfenveertig euro en zesentwintig cent) bestaande uit € 595,26 (vijfhonderdvijfennegentig euro en zesentwintig cent) materiële schade en € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening .
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij01] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.145,26 (duizend honderdvijfenveertig euro en zesentwintig cent) bestaande uit € 595,26 (vijfhonderdvijfennegentig euro en zesentwintig cent) materiële schade en € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 21 (eenentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 8 september 2021.
Gewezen door mr. R.A.E. van Noort, in bijzijn van mr. C. Sillen, griffier.
mr. R.A.E. van Noort