Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/9.4.1:9.4.1 Inleiding; plan van aanpak
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/9.4.1
9.4.1 Inleiding; plan van aanpak
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS492230:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In zaken waarin de gedwongen zelfbelasting van klager(s) steunt op een (wettelijke) meewerkplicht, hecht het EHRM bij de vaststelling of sprake is van ontoelaatbare dwang vooral belang aan de (wettelijke) sancties die naar nationaal recht op de niet-nakoming van die meewerkplicht zijn gesteld. Dan kan eerst en vooral worden gedacht aan geldboetes en gevangenisstraf. Ook kan worden gedacht aan processuele sancties zoals bewijsgevolgen vanwege het zwijgen van de verdachte (vgl. John Murray) en – in ruimer verband – een grotere schikkingsbereidheid van de autoriteiten bij volledige medewerking (Allen).
In § 9.4.2 zal ik proberen bij benadering vast te stellen wanneer dergelijke sancties ontoelaatbaar zijn. Houvast bieden vooral de zaken waarin het Hof ontoelaatbare dwang aanneemt vanwege wettelijke sanctiedreiging als enige of althans belangrijkste omstandigheid. Enig houvast kan ook worden verkregen door de verschillende zaken waarin een bepaald type sanctie speelt (vgl. een geldboete), met elkaar te vergelijken. De mate van dwang die van een meewerkplicht zelf uitgaat, is onderwerp van § 9.4.3. Daarin zal ik ook ingaan op de relatie tussen sanctiedreiging en meewerkplicht.