Omgevingsvergunning in de praktijk 2021/8441
Verzoeker heeft niet gemotiveerd waarom inklinking van grond tot verzakking van gebouw leidt. Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, geen onomkeerbare gevolgen.
RvS 11-02-2021, ECLI:NL:RVS:2021:283
- Instantie
Raad van State
- Datum
11 februari 2021
- Magistraten
Mr. Steendijk
- Zaaknummer
202005234/2/R1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Milieurecht / Bodem
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2021:283, Uitspraak, Raad van State, 11‑02‑2021
- Wetingang
Artikel 5.4 Waterwet, artikel 8:81 Algemene wet bestuursrecht
Essentie
Verzoeker heeft niet gemotiveerd waarom inklinking van grond tot verzakking van gebouw leidt. Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, geen onomkeerbare gevolgen.
Samenvatting
Inleiding
In deze uitspraak komt een bijzondere constructie langs. Verzoeker heeft een handhavingsverzoek ingediend bij het college van dijkgraaf en hoogheemraden om op te treden tegen een overtreding van het Hoogheemraadschap van Schieland. Feitelijk (niet juridisch) wordt het college dus gevraagd zichzelf een last onder dwangsom op te leggen. Deze uitspraak focust echter op iets anders. De vraag of het niet-handhaven onomkeerbare gevolgen heeft.
Feiten
Bij besluit van 20 augustus 2018 heeft het hoogheemraadschap het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.