Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/6.1:6.1 Inleiding
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS305233:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
217. Met het stappenschema uit hoofdstuk 5 (meer specifiek randnummer 215) in het achterhoofd is het nu mogelijk om te bekijken hoe subjectieve rechten kunnen worden aangevuld. Daarbij geldt steeds dat opbouwen en aanvullen in elkaars verlengde liggen. We zagen in paragraaf 5.3.4 dat een rechtsobject wordt opgebouwd door schaarse middelen samen te voegen (stap 1-2) en dat het wordt aangevuld door extra schaarse middelen toe te voegen.
218. Voor subjectieve rechten geldt dat ze worden opgebouwd door juridische posities samen te voegen die partijen elkaar verschaffen (stap 3-4) en die de overheid aan de subjectief gerechtigde toedeelt (stap 5-6). Een subjectief recht wordt daarom aangevuld door er extra juridische posities aan toe te voegen. Ook het aanvullen van subjectieve rechten kan gebeuren omdat partijen zelf dat overeenkomen, of doordat de overheid dit oplegt. Juridische posities om een subjectief recht mee aan te vullen zijn de voordelige juridische posities, dus een ‘claim’, ‘liberty’, ‘power’ of ‘immunity’.
219. Om te onderscheiden tussen het ‘opbouwen’ van het subjectief recht en het ‘aanvullen’ van een subjectief recht, reserveer ik de laatste term enkel voor het geval waarin aan een subjectief gerechtigde juridische posities worden verschaft in het kader van zijn subjectieve recht, zonder dat deze extra juridische posities van het subjectieve recht onderdeel gaan uitmaken. Het aanvullen van subjectieve rechten is dus geen onderdeel van het stappenschema, maar gebeurt nadat subjectieve rechten zijn opgebouwd. De vraag of het verschaffen van juridische posities aan een subjectief gerechtigde ervoor zorgt dat deze juridische posities onderdeel van het subjectieve recht gaan uitmaken of niet heb ik in hoofdstuk 5 meermaals vooruitgeschoven (zie randnummers 203, 209 en 211). Het antwoord op die vraag is van belang, omdat juridische posities die onderdeel uitmaken van een subjectief recht vanzelf mee overgaan bij overdracht van het recht. Ik beantwoord de vraag of verschafte juridische posities onderdeel gaan uitmaken van een bestaand subjectief recht in paragraaf 6.2. Voor juridische posities die geen onderdeel van het subjectieve recht uitmaken, zal een eigen mechanisme moeten worden gevonden om over te gaan als het subjectieve recht van vermogen verwisselt. De (Anglo-) Amerikaanse literatuur biedt hier weinig soelaas, blijkt in paragraaf 6.3. Ik bespreek daarom in paragrafen 6.4-6.6 drie zelf geformuleerde mechanismen. In paragraaf 6.7 behandel ik de voor dit onderzoek relevante verschillen tussen deze drie mechanismen. Het hoofdstuk eindigt in paragraaf 6.8 met een samenvatting. In hoofdstuk 7 ga ik op zoek naar de maatstaven waaronder de drie gevonden mechanismen optimaal functioneren.