JWB 2008/250
Bopz; voorlopige machtiging, verlening, onjuiste maatstaf
HR 06-06-2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2005
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
6 juni 2008
- Zaaknummer
08/01527
- LJN
BD2005
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Openbare orde en veiligheid / Bijzondere onderwerpen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2008:BD2005, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑06‑2008
ECLI:NL:HR:2008:BD2005, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 06‑06‑2008
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑04‑2008
- Wetingang
Art. 20 Wet Bopz
Essentie
Bopz; voorlopige machtiging, verlening, onjuiste maatstaf
Samenvatting
Casus
De officier van justitie verzoekt op 28 december 2007 om een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.
De Rechtbank hoort op 14 januari 2008 de betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, de waarnemend sociaal-psychiatrisch verpleegkundige, de ex-echtgenoot en de twee dochters van betrokkene. Bij beschikking van diezelfde datum wijst de Rechtbank het verzoek van de officier van justitie af, op de grond dat tijdens het verhoor niet is komen vast te staan dat betrokkene door haar geestelijke stoornis een "onmiddellijk dreigend gevaar" in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.